Uitlokkers en risico’s

Uitlokkers en risico's

Aanvallen komen meestal onverwachts. Maar soms is er steeds dezelfde aanleiding. We noemen dit een uitlokker of trigger.

Verschil tussen oorzaak en uitlokker

De oorzaak van epilepsie is de reden waarom iemand aanleg heeft om aanvallen te krijgen. Dat kan bijvoorbeeld een hersenbeschadiging zijn, een erfelijke aanleg of een afwijking in de hersenen. Uitlokkers zijn dingen die een aanval kunnen ‘triggeren’. Niet iedereen met epilepsie is gevoelig voor uitlokkers.

 
Voorbeelden uitlokkers

Uitlokkers zijn dus niet de oorzaak van epilepsie, maar vergroten de kans op een aanval als je er gevoelig voor bent. Voorbeelden:

  • niet innemen van de medicijnen tegen aanvallen (anti-aanvalsmedicijnen of de oude naam anti-epileptica);
  • lichtflitsen;
  • slaaptekort;
  • koorts;
  • spanningen, emoties of stress;
  • menstruatie (hormonale veranderingen);
  • overmatig alcoholgebruik;
  • drugsgebruik.
 
Gelegenheidsaanval, de eenmalige aanval

Soms krijg je maar één keer in je leven een aanval. Bijvoorbeeld door te veel drank of te weinig slaap. Of door een combinatie van stress, slaaptekort en alcohol. Dat heet een gelegenheidsaanval, omdat de aanval alleen door die gelegenheid ontstaat. Bij één aanval spreekt een neuroloog meestal nog niet van epilepsie.

 
Koorts als uitlokker

Jonge kinderen zijn gevoeliger voor koorts dan volwassenen. Ongeveer 5% van de kinderen tussen de 3 maanden en 6 jaar heeft weleens een koortsstuip. Dit is een epileptische aanval die alleen tijdens of vlak voor de koorts ontstaat. Bij volwassenen is het minder gebruikelijk om aanvallen te krijgen bij koorts.

Lees wat een koortsstuip is en wat je kunt doen.

 
Lichtflitsen

Ongeveer 5%  van de mensen met epilepsie is gevoelig voor lichtflitsen. Dan wordt de aanval uitgelokt door lichtflitsen, zonlicht, streeppatronen of kleurwisselingen. Dit wordt ook wel lichtflitsgevoelige epilepsie genoemd.

Lees meer over lichtflitsgevoelige epilepsie.

 
Noteer aanvallen in een kalender

Wil je weten of jij last hebt van uitlokkers? Hou dan een aanvalskalender bij. Op papier of in een epilepsie-app. Je noteert wanneer je een aanval hebt, in welke situatie en of er uitlokkers waren. Zo kun je uitlokkers proberen te vermijden. Of je ontdekt dat er geen concrete aanleiding is. Dat is ook goed om te weten, want anders leg je jezelf misschien onnodig beperkingen op.

Lees meer over aanvallen noteren.

Veelgestelde vragen

De oorzaak van epilepsie is de reden waarom iemand aanleg heeft om aanvallen te krijgen. Dat kan bijvoorbeeld een hersenbeschadiging zijn, een erfelijke aanleg of een afwijking in de hersenen. Vaak blijft de oorzaak onbekend. 

Uitlokkers zijn dingen die een aanval kunnen ‘triggeren’, maar ze zijn niet de oorzaak van de epilepsie zelf. Niet iedereen met epilepsie is gevoelig voor uitlokkers. Voorbeelden van mogelijke uitlokkers zijn slaaptekort, stress, koorts, alcohol, hormonen of fel flitsend licht. Zonder die aanleg voor epilepsie veroorzaken deze uitlokkers meestal geen aanval. 

Lees meer

Een uitlokker is iets anders dan de oorzaak voor epilepsie. Niet iedereen met epilepsie heeft uitlokkers. En wat bij de één een aanval uitlokt, hoeft dat bij een ander niet te doen. Uitlokkers verschillen per persoon. 

Veelvoorkomende uitlokkers zijn: 

  • Medicijnen vergeten in te nemen 
  • Te weinig slaap of verstoorde nachtrust 
  • Stress of spanning 
  • Ziekte of koorts 
  • Veranderende hormonen 
  • Alcohol of drugs 
  • Fel flitsend licht (bij sommige mensen) 

Lees meer

 Soms wel. Voor iedereen met epilepsie is het belangrijk om op tijd de medicijnen in te nemen. Als je er gevoelig voor bent, kun je het risico op een aanval soms verkleinen door: 

  • Voldoende te slapen 
  • Stress zoveel mogelijk te beperken 
  • Alcohol te vermijden of te beperken 
  • Een vast dag- en nachtritme te houden 

Toch kun je aanvallen niet altijd voorkomen. Ook als je alles goed doet, kan er soms toch een aanval optreden. Bespreek met je neuroloog of epilepsieverpleegkundige wat voor jou belangrijk is. 

Lees meer

Nee. Stress is geen oorzaak van epilepsie. Epilepsie ontstaat door een verstoring in de hersenen of een aanleg daarvoor. 

Stress kan wél een aanval uitlokken bij iemand die al epilepsie heeft en er gevoelig voor is. Dat komt doordat spanning invloed heeft op je lichaam en hersenen. Ook slaaptekort door stress kan een rol spelen. 

Het is dus belangrijk om stress zoveel mogelijk te beperken. Toch kun je aanvallen niet altijd voorkomen. Krijg je vaker aanvallen in stressvolle periodes? Bespreek dit dan met je neuroloog of epilepsieverpleegkundige. 

Lees meer

Het is niet bewezen dat warm weer of hitte een aanval kan uitlokken bij mensen met epilepsie. Toch merken sommige mensen dat zij tijdens warme dagen meer aanvallen hebben of zich minder goed voelen. Onderzoekers weten nog niet precies waarom dit gebeurt. Waarschijnlijk speelt niet alleen de warmte zelf een rol, maar ook de gevolgen van warm weer voor het lichaam. Bij warm weer kun je bijvoorbeeld:

  • minder goed slapen door warme nachten;
  • meer vocht verliezen door zweten;
  • uitdrogen als je te weinig drinkt;
  • sneller vermoeid raken;
  • meer stress ervaren.

Deze factoren kunnen bij sommige mensen een aanval uitlokken. Ook zijn er vormen van epilepsie waarbij temperatuurveranderingen een grotere rol kunnen spelen. Zo kunnen mensen met het Dravetsyndroom gevoelig zijn voor warmte, koorts of snelle veranderingen in lichaamstemperatuur.

 

Denk je dat warmte voor jou een uitlokker is?

Dan kan het helpen om een aanvalsdagboek bij te houden. Noteer bijvoorbeeld:

  • Wanneer had je de aanval?
  • Hoe warm was het?
  • Had je genoeg gedronken?
  • Hoe had je geslapen?

Met dit dagboekje kun je samen met je neuroloog of epilepsieverpleegkundige kijken of je aanvallen misschien door de warmte komen.

 

Wat kun je doen bij warm weer?

Je kunt warmte niet altijd vermijden, maar je kunt wel proberen om te voorkomen dat je oververhit en uitgedroogd raakt.

Tips:

  • Drink voldoende water verdeeld over de dag.
  • Zoek regelmatig de schaduw of een koele ruimte op. Houd je huis koel.
  • Draag lichte en luchtige kleding.
  • Span je niet zwaar in tijdens de warmste uren van de dag.
  • Zorg voor voldoende rust en slaap.
  • Blijf je medicijnen gebruiken zoals voorgeschreven.

Wil je meer tips? Kijk dan hier in het Nationaal Hitteplan van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid (RIVM)

Moet ik extra voorzichtig zijn tijdens een hittegolf?

Dat kan verstandig zijn als je weet dat warmte, vermoeidheid of uitdroging bij jou een rol spelen bij aanvallen. Let tijdens warme dagen extra goed op signalen van oververhitting, zoals  duizeligheid, hoofdpijn, je misselijk voelen of heel erg moe zijn.

 

Lichtflitsgevoelige aanvallen

Lichtflitsgevoelige aanvallen

Waarschuwingsicoon

Zo’n 5% van de mensen met epilepsie is gevoelig voor zogenaamde visuele prikkels, zoals lichtflitsen, zonlicht, streeppatronen of kleurwisselingen. Zij kunnen hierdoor een epileptische aanval krijgen. Neurologen noemen lichtflitsgevoelige epilepsie ook wel visueel gevoelige epilepsie of fotosensitieve epilepsie.

Lichtflitsen als uitlokker van een aanval

De aanvallen ontstaan door verschillende visuele prikkels. De aanval is een reactie (reflex) op de prikkeling van het zien (visus): het gaat via de ogen. Er zijn verschillende soorten prikkels zoals laagstaande zon die door de bomen schijnt, een stroboscooplamp in een discotheek, lichtflitsen op de kermis of bepaalde computerspelletjes met flitsen en kleurcontrasten. Ook streepjeskleding of luxaflex zijn sterke dagelijkse prikkels die aanvallen kunnen geven.

 
Lichtflitsgevoelig voor bepaalde frequenties

De gevoeligheid hangt af van de hoeveelheid lichtflitsen per seconde (frequentie). Dit wordt uitgedrukt in Hertz of Hz. De meeste mensen zijn lichtflitsgevoelig bij een frequentie van 10 tot 30 Hz.

 
Soort aanvallen bij lichtflitsgevoelige epilepsie

Bij lichtflitsgevoelige aanvallen krijg je meestal schokken in de armen, benen of het lichaam. Soms ben je even afwezig. Deze aanvallen kunnen overgaan in een tonisch-clonische (grote) aanval.  Daarnaast komen aanvallen voor waarbij je vreemde sterretjes of gekleurde ballen ziet. Meestal ben je dan ook misselijk en krijg je hoofdpijn.

 
Vaker bij kinderen en jongeren

Lichtflitsgevoelheid komt het meest voor bij kinderen en jongvolwassenen. Deze lichtflitsgevoeligheid begint meestal rond het 10e jaar. Het is het hevigst rond de puberteit en kan ook tot op volwassen leeftijd blijven bestaan. Het komt meer voor bij meisjes dan bij jongens. En het komt vooral voor bij bepaalde typen epilepsie, zoals bij:

  • absences op de kinderleeftijd;
  • juveniele myoclonische epilepsie;
  • juveniele absence epilepsie;
  • tonisch-clonische aanvallen bij het wakker worden.
 
Onderzoek en behandeling

Een EEG-onderzoek in het ziekenhuis laat meestal zien of je gevoelig bent voor lichtflitsen. En hoe gevoelig je bent en bij welke frequenties. Tijdens het EEG krijg je namelijk lichtflitsen te zien. Ben je lichtflitsgevoelig? Over het algemeen kun je aanvallen voorkomen als je de uitlokkende prikkels vermijdt. Als je aanvallen blijft houden, helpen medicijnen meestal goed.

 
Tips om aanvallen te voorkomen
  • Dek bij lichtflitsen één oog af met je hand en kijk weg van de lichtbron. Bijvoorbeeld bij filmpjes,  televisieprogramma’s of stroboscooplicht bij feestjes. Let op: Twee ogen dicht geeft deze bescherming niet, omdat het licht door de oogleden gaat. Twee afgedekte ogen kan het zelfs erger maken. Met één hand afdekken is dus het beste. Zo kun je ook met het andere oog genoeg blijven zien.
  • Sommige lampen knipperen heel snel. Je ziet het misschien niet, maar je ogen merken dat wel. Dit kan zorgen voor hoofdpijn of vermoeidheid. 'Hoogfrequente verlichting' knippert niet. Het geeft rustig licht en kan klachten voorkomen. Als je zoekt in een zoekmachine op 'hoogfrequente verlichting' vind je verschillende mogelijkheden.  
  • Houd bij het televisiekijken minstens 2 meter afstand en kijk in een goed verlichte ruimte.
  • Een klein beeldscherm geeft minder problemen dan een groot scherm.
  • Verminder de helderheid van je televisie of computerscherm.
  • Een LED-, TFT-, LCD- of plasmascherm is het meest geschikte beeldscherm. Deze hebben een frequentie van minimaal 100 Hz.
  • Heb je een OLED- en QLED-scherm? Houd afstand en verminder het contrast van het scherm. Niet het scherm maar flitsen in programma’s kunnen een aanval uitlokken.
  • Kromme High Definition schermen kunnen last geven. Heb je zo’n scherm? Pas dan de intensiteit aan.
  • Werk je veel op de computer? Neem dan geregeld pauze. Bijvoorbeeld één uur computeren en tien minuten pauze.
  • Veroorzaakt fel zonlicht bij jou aanvallen? Een donkere zonnebril, een hoed met een brede rand en/of zonneklep kunnen prettig voor je zijn.
  • Bij sommige mensen helpt een bril met gekleurde glazen. Je kunt bij een opticien verschillende gekleurde glazen uitproberen. Blauw werkt bij de meeste mensen het beste, maar probeer ook andere kleuren. Kies de kleur die bij jou het rustigste beeld geeft.
  • Vermijd contrastrijke (streep)patronen, zoals streepjesbehang, roltrappen en luxaflex.
  • Lees hier meer tips over gamen en epilepsie.
  • Heb je een iPhone? Je leest hier tips hoe je je scherm het beste kunt instellen.
  • Lees onze tips over beeldschermgebruik en epilepsie. Download daarvoor de gratis factsheet via de groene knop onderaan dit artikel.

Lees meer over uitlokkers.

Lees meer over soorten aanvallen.

 

Ben jij maker van producten met beelden?

Lees en download dan onze pagina's over het waarschuwingsicoon en download de tips voor beeldgebruik voor mensen met epilepsie.

Waarschuwingsicoon flitsen en patronen

Oorzaken en uitlokkers Artikel, Download

Waarschuwingsicoon flitsen en patronen

Waarschuwingsicoon

Zo’n 5% van de mensen met epilepsie is gevoelig voor zogenaamde visuele prikkels, zoals flitsen, zonlicht, patronen of kleurwisselingen. Mensen met epilepsie kunnen hierdoor een epileptische aanval krijgen. EpilepsieNL heeft een speciaal waarschuwingsicoon gemaakt om te waarschuwen als er beelden met flitsen en patronen te zien zijn.

Lichtgevoelige_Epilepsie

Waar kun je het waarschuwingsicoon tegenkomen?

  • Concerten en shows
  • Musea en tentoonstellingen
  • Video-games
  • Televisieprogramma's
  • Festivals, clubs of escape rooms

Icoon: Let op met flitsen of drukke beelden

Het icoon waarschuwt dat er iets in de buurt kan zijn dat een epileptische aanval kan uitlokken. Bijvoorbeeld door felle flitsen of bewegende patronen in een filmpje of animatie.

Iedereen mag dit icoon gebruiken: bedrijven, organisaties en personen die werken met video’s, animaties of afbeeldingen. Zo kun je anderen op tijd waarschuwen.

Een afbeelding in hoge resolutie (kwaliteit) vind je hiernaast bij de downloads.

De bijbehorende tekst bij het icoon is: 

Let op: Deze film, tentoonstelling of dit programma bevat flikkerend licht, felle flitsen en wisselende (kleur)patronen. Dit kan bij hiervoor gevoelige personen een epileptische aanval veroorzaken.

Waarschuwingsicoon lichtflitsen en patronen Museum

Ben jij gevoelig voor flitsen en patronen?

Kijk dan voor tips en maatregelen die je zelf kunt nemen op deze pagina.

 

Ben jij maker van.....?

  • films
  • videoclips
  • animaties
  • lichtshows
  • attracties
  • computerspelletjes
  • social media posts
  • tentoonstellingen

Gebruik het icoon en de tips uit onze Handleiding tips voor Beeldgebruik bij flits- en patroongevoelige epilepsie. De downloads staan hierboven.

Waarschuwingsicoon lichtflitsen en patronen Museum

Waarschuwingsicoon lichtflitsen en patronen Concert

Waarschuwingsicoon lichtflitsen en patronen Attractiepark

Heb je de afbeelding gebruikt?

Dan zouden we het leuk vinden om een foto te ontvangen.
Tag ons: #EpilepsieNL #WaarschuwingsicoonFlitsen&Patronen of mail een afbeelding naar info@epilepsie.nl

Voor makers van producten met beelden: beeldgebruik voor mensen met epilepsie

Oorzaken en uitlokkers Artikel, Download

Voor makers van producten met beelden: beeldgebruik voor mensen met epilepsie

Waarschuwingsicoon

Zo’n 5% van de mensen met epilepsie is gevoelig voor visuele prikkels, zoals lichtflitsen, zonlicht, streeppatronen of kleurwisselingen. Zij krijgen hierdoor epileptische aanvallen. Ook veel mensen met een niet-aangeboren hersenletsel (NAH) of andere hersenaandoening hebben last van prikkelgevoeligheid, zoals overgevoeligheid voor licht.

Overprikkeling komt veel voor en heeft invloed op hoe mensen beelden ervaren en hoeveel last ze ervan hebben. Wij vinden het belangrijk om makers van beelden informatie te geven over lichtflitsgevoeligheid. 

Waarschuwingsicoon 

Gebruik het waarschuwingsicoon flitsen en patronen. De downloads staan hiernaast.

 

Handleiding beeldgebruik bij flits- en patroongevoelige epilepsie

Met informatie en tips voor makers van een film(pje), videoclip, animatie, lichtshow, attractie, computerspelletje, social media post, tentoonstelling, enz. Je kunt hem gratis downloaden met de groene knop. Je leest over: 

  • Waarom rekening houden met visuele prikkels?
  • Wat zijn risicovolle visuele elementen?
  • Praktische tips: Hoe kun jij als maker de risico’s kleiner maken?
    • Bij het maken van een product met wisselende beelden
    • Bij tentoonstellingen of filmvertoningen
  • Waarschuwingsicoon lichtflitsen en patronen

Risico’s

Leven met epilepsie Artikel, Download

Risico’s

Epilepsie is meestal niet levensbedreigend. Het ligt aan de soort aanval óf je risico’s loopt en welk risico je loopt. Ga voor jouw aanvallen na wat gevaarlijk kan zijn en wat je er zelf aan kunt doen.

Denk na over risico’s

Iedereen denkt anders over het nemen van risico’s. Wat de een gevaarlijk vindt, is voor de ander te accepteren. Bij epilepsie is het advies: denk van tevoren na over de risico’s en kijk of je dat risico wilt lopen. De volgende vragen kunnen je helpen je risico’s in kaart te brengen. Je kunt ook altijd met je arts overleggen.

  • Wat voor aanvallen heb ik?
  • Hoe vaak heb ik aanvallen?
  • Wanneer heb ik aanvallen (‘s nachts tijdens het slapen of overdag)?
  • Zijn er uitlokkers waar ik iets aan kan doen? Bijvoorbeeld (in)spanningen, vermoeidheid, te weinig slaap, alcoholgebruik.
  • Voel ik mijn aanval aankomen?
  • Wat zijn de risico’s voor anderen?
  • Hoeveel risico wil ik nemen?
 
Hoe beperk ik de risico’s?

Je beperkt je risico’s door zo min mogelijk aanvallen te krijgen. Neem daarom altijd je medicijnen op tijd in. Als je toch aanvallen houdt, kijk dan of je weet wanneer of waarom ze blijven komen. Noteer ze bijvoorbeeld in een kalender of app. En bespreek ze met je arts. Je kunt dan maatregelen nemen als je weet waardoor het komt. Kijk of je in huis dingen kunt aanpassen om het veiliger te maken. Bij gevaarlijke aanvallen in de nacht kun je soms alarmering gebruiken.

Lees meer over hulpmiddelen en alarmering.

Lees meer over adviezen om je huis veiliger te maken als je nog aanvallen hebt.

 
SUDEP

SUDEP staat voor onverklaarbare, onverwachte dood bij epilepsie (Sudden Unexpected Death in Epilepsy). Mensen met epilepsie hebben een klein risico om plotseling te overlijden. Er is dan geen duidelijke oorzaak aan te wijzen.

Lees meer over SUDEP.

SUDEP

Leven met epilepsie Artikel, Download

Plotseling overlijden bij epilepsie door SUDEP

Soms overlijdt iemand kort na een epileptische aanval zonder dat er een duidelijke oorzaak is. Dit heet Sudden Unexpected Death in Epilepsy (SUDEP). Gelukkig komt dit zelden voor, maar als het gebeurt, is het een grote schok voor de nabestaanden. Het is erg verdrietig en zwaar om een geliefde, kind, broer, zus, vriend of vriendin plotseling te verliezen. Niet iedereen weet dat epileptische aanvallen soms zo gevaarlijk kunnen zijn dat je eraan kunt overlijden. Daarom willen wij goede informatie geven over SUDEP en tips hoe je het risico kunt verkleinen. Ben jij zorgprofessional? Download de folder onderaan deze pagina.

Wat is SUDEP?

Bij SUDEP overlijdt iemand met epilepsie plotseling, meestal tijdens de slaap. Vaak krijgt die persoon eerst een epileptische aanval, maar dat is niet altijd zo. De patholoog (een arts die onderzoek doet naar de doodsoorzaak) kan bij SUDEP geen duidelijke reden voor het overlijden vinden. SUDEP is iets anders dan overlijden door verdrinking of door een langdurige epileptische aanval (status epilepticus).

 

Hoe vaak komt het voor?

Gelukkig zijn niet alle aanvallen gevaarlijk en de kans op SUDEP is klein. SUDEP komt over de hele wereld per jaar voor bij 1 op de 1000 mensen met epilepsie. Hoeveel mensen in Nederland hieraan overlijden, is niet precies bekend. Dit komt omdat er hier na een overlijden meestal geen onderzoek op het lichaam (obductie) wordt gedaan.

 
Wie loopt risico op SUDEP?

Je hebt een groter risico op SUDEP als:

  • Je tonisch-clonische aanvallen hebt. Het risico is heel klein als je die niet hebt.
  • Je veel tonisch-clonische aanvallen hebt. Hoe meer tonisch-clonische aanvallen je hebt, hoe hoger het risico.
  • Je tonische clonische aanvallen hebt in je slaap. Het risico is bij tonisch-clonische aanvallen overdag lager.
  • Je nachtelijke aanvallen hebt en je alleen slaapt.
  • Je je anti-aanvalsmedicijnen niet inneemt.
  • Je veel alcohol drinkt (meer dan 1-2 glazen per dag) of drugs gebruikt.
 
Loop ik of mijn kind risico op SUDEP?

Bespreek dit met je behandelaar ((kinder)neuroloog of verpleegkundig specialist of epilepsieverpleegkundige). Zij kunnen je meer informatie geven en advies over hoe je het risico kunt verkleinen. Lees ook de folder die je onder aan de pagina kunt downloaden.  

 
Lotgenotencontact

Lotgenotengroep: Als je iemand verloren hebt door epilepsie

EpilepsieNL heeft een lotgenotengroep voor mensen die een naaste hebben verloren aan epilepsie of aan SUDEP. Heb je behoefte aan contact met iemand die hetzelfde heeft meegemaakt? Kijk dan hier bij het tabblad 'Als je iemand verloren hebt door epilepsie en SUDEP'.

Ervaringsverhalen

Een naaste verliezen is enorm zwaar en iedereen gaat er op zijn eigen manier meer om. Op onze website delen we ervaringsverhalen van mensen met epilepsie, ouders, verzorgers of partners van iemand met epilepsie. We hebben ook een aantal verhalen van mensen die een geliefde hebben verloren aan SUDEP. We hopen dat je in deze verhalen (h)erkenning vindt en dat je ze kunnen steunen.

 

Informatie voor zorgverleners

Voor zorgverleners, zoals artsen, verpleegkundig specialisten en epilepsieverpleegkundigen, is er een folder over SUDEP. Het is belangrijk dat jij als zorgverlener weet wie een groter risico loopt om te overlijden aan epilepsie en wat jij en je patiënt kunnen doen om dit risico te verkleinen.

In de folder vind je tips over hoe je met je patiënt over SUDEP kunt praten. Door dit vaak lastige onderwerp te bespreken, geef je mensen de kans om vragen te stellen en hun zorgen te delen. Download de folder aan het einde van deze pagina!

Anja vertelt over Caro

Anja vertelt over haar dochter Caro die overlijdt aan SUDEP. Bekijk de video.

Het telefoonnummer dat genoemd wordt door Anja is niet meer bereikbaar. Donateur worden van EpilepsieNL, meld je hier aan.

Inentingen bij kinderen

Kind met epilepsie Artikel, Download

Inentingen bij kinderen

Kinderen krijgen inentingen tegen een aantal ziektes. Welke inentingen krijgt je kind? Kun je je kind met epilepsie laten inenten? Ja, je kunt je kind gewoon laten inenten. Twijfel je over wel of niet inenten? Overleg dan met je huisarts, het consultatiebureau of de kinderarts of kinderneuroloog.

Wil je meer weten over inentingen bij kinderen?

Download dan onze gratis uitgave via de groene knop onderaan deze pagina. Je leest er meer over:

  • Welke inentingen je kind wanneer krijgt.
  • Wat er bekend is over inenten en epilepsie.
  • Een aantal adviezen op een rij.