Volg ons op LinkedIn
Volg ons op Youtube
Volg ons op Facebook
Volg ons op Twitter
Epilepsie
Naar www.epilepsiefonds.nl
Print

Tonisch-clonisch (of grote) aanvallen

Tonisch-clonisch betekent 'verkrampt en schokkend'. De naam geeft aan wat tijdens een aanval gebeurt. Dit is de meest bekende aanval, maar het is niet de meest voorkomende. Veel tonisch-clonische aanvallen beginnen als een partiële aanval die overgaat in een gegeneraliseerde aanval. Deze vorm van epilepsie valt dan onder de partiële vormen. Als er geen partieel begin is vallen de aanvallen onder de gegeneraliseerde vormen. Bekijk in het filmpje hieronder het begin van een tonisch-clonische aanval.
 

Get the Flash Player to see this player.

Bovenstaand filmpje is afkomstig van de dvd Epilepsie in beeld.

Soms merken mensen al een paar dagen van tevoren dat er een aanval in aantocht is: zij voelen zich niet zo lekker, zijn prikkelbaar of hebben bijvoorbeeld hoofdpijn. Dit zijn de voortekenen (prodromen) van de aanval, niet te verwarren met een aura. 
 
Aura
Een aura is een plaatselijk begin van de aanval dat de betrokkene zelf ervaart. Dit gevoel duurt meestal maar enkele seconden. Als het daarbij blijft is het eigenlijk een eenvoudige partiële aanval. De verschijnselen van een aura zijn afhankelijk van de plaats van de epileptische haard op de hersenschors en kunnen daarom nogal uiteenlopend zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het zien van lichtflitsen of kleuren, het horen van geluiden, het ruiken van bepaalde geuren of het ervaren van bepaalde emoties. Meestal is het echter een opstijgend gevoel vanuit de maag. Vaak kunnen mensen van de gelegenheid gebruik maken om een veilige plek te zoeken of te gaan zitten. Het partiële begin kan soms zo kort duren dat het niet wordt opgemerkt. De omgeving kan een heel korte aura soms wél opmerken. Ook wanneer er geen aura is kan er toch sprake zijn van een partieel beginnende aanval. Wanneer er geen aura is raakt iemand plotseling buiten bewustzijn en kan dan vallen.
 
Tonische fase
Deze eerste fase van de aanval duurt ongeveer een halve minuut. Door een massale ontlading van de hersencellen worden alle spieren in het lichaam aangespannen waardoor het hele lichaam verstijft. Door samentrekking van de borstspieren wordt de lucht uit de longen naar buiten geperst; dit kan een soort schreeuw veroorzaken. De schreeuw is dus geen uiting van schrik of pijn, want op dat moment is de betrokkene al bewusteloos en voelt dus niets. Tijdens de verkramping van de borstkas en omdat tegelijkertijd veel energie verbruikt wordt door de massale spieraanspanning, is de ademhaling verstoord en kunnen mensen blauw aanlopen. Omdat slikken tijdelijk niet mogelijk is hoopt speeksel zich op in de keel. Door het plotseling aanspannen van de kaakspieren kan de tong of wang beklemd raken tussen de tanden. Deze 'tongbeet' veroorzaakt een wondje aan de tong of wang, waardoor bloed uit de mond kan lopen. Dit lijkt meestal erger dan het is. De hartslag is in het begin soms even wat onregelmatig, daarna sneller dan normaal.
 
 Clonische fase 
De tweede fase duurt meestal een halve tot anderhalve minuut. De ontladingen in de hersenen roepen een verdedigingsmechanisme op, waardoor het lichaam gedurende korte tijd verslapt, gevolgd door het opnieuw spannen van de spieren. Dit afwisselend verslappen en aanspannen veroorzaakt schokken in armen, benen en gezicht. In de clonische fase (schokfase) komt de ademhaling weer hortend op gang. Het opgehoopte speeksel (soms vermengd met wat bloed) wordt als schuim naar buiten geblazen.
 
Verslappingsfase 
Deze derde fase varieert in duur van één tot enkele minuten, soms ook wat langer. Geleidelijk nemen de schokken af en nemen de perioden van verslapping toe totdat het hele lichaam ontspannen is. De huid is vaak bleek en de ademhaling is diep en rochelend. Soms is er sprake van urineverlies of braken. Het einde van de aanval kan gepaard gaan met een diepe zucht.
 
Na de aanval
Wanneer de schokken ophouden is de aanval voorbij maar blijft de betrokkenen nog even buiten bewustzijn door de uitputting van de hersenen. Wanneer mensen bijkomen zijn ze meestal verward en weten niet wat er gebeurd is of waar ze zijn. Daarbij hebben ze vaak hoofdpijn. De meeste mensen willen na een aanval gaan slapen. Soms gaat de toestand van bewusteloosheid direct over in slaap. In de periode daarna kunnen mensen last van spierpijn hebben. De duur van de herstelfase kan dus op verschillende manieren verlopen: sommige mensen kunnen na vijf minuten weer aan het werk, anderen hebben een hele dag of langer nodig om te herstellen.
 
De aanvallen kunnen zowel overdag als ´s nachts in de slaap optreden. De frequentie kan erg wisselen: sommigen hebben wekelijks een grote aanval, bij anderen treden ze slechts sporadisch op.
 
Wanneer een tonisch-clonische aanval erg lang duurt (30 minuten), of wanneer de trekkingen direct na de aanval weer opnieuw beginnen voordat het bewustzijn is teruggekeerd, is er sprake van een status epilepticus.
 
Bij sommige mensen treedt na een epileptische aanval een tijdelijke verlamming aan één kant van het lichaam op. Deze verlamming (Toddse parese) gaat na een paar dagen vanzelf weer over en wordt veroorzaakt door uitputting van hersencellen die bij de aanval betrokken waren.