Eerste hulp

Bij de meeste soorten aanvallen is eerste hulp niet nodig. De aanval houdt immers vanzelf weer op binnen enkele minuten. Het is wel belangrijk om gevaarlijke situaties die tijdens een aanval kunnen ontstaan, te vermijden en de persoon niet alleen te laten.

Hulp bij focale aanvallen met verminderde gewaarwording (voorheen: complex partiële aanvallen)

Een focale aanval met verminderde gewaarwording (voorheen complex partiële aanval) kan zich op verschillende manieren uiten. Wanneer mensen tijdens zo'n aanval gaan lopen en niet goed uitkijken, moet met zachte hand voorkomen worden dat zij bijvoorbeeld een drukke straat oversteken. Onderstaand filmpje (afkomstig van de dvd Epilepsie in beeld met de oude naam 'complex partiële aanval') geeft puntsgewijs weer wat u moet doen of laten.

Hulp bij tonisch-clonische aanvallen

Bij aanvallen met bewusteloosheid, schokken of wilde bewegingen, kan iemand zich verwonden. Het is dan belangrijk ruimte te maken in de omgeving om te voorkomen dat iemand zich bezeert. Onderstaand filmpje (afkomstig van de dvd Epilepsie in beeld) geeft puntsgewijs weer wat u moet doen of laten.

Bijten op de tong

In de eerste fase van de aanval (de tonische fase) spannen de kaakspieren zich plotseling aan. Dit kan tot gevolg hebben dat iemand op de tong bijt. Dit wordt een tongbeet genoemd. Het voorkomen van de tongbeet is in principe niet mogelijk. De kaken zijn zo sterk op elkaar geklemd, dat het niet lukt om nog iets tussen de kiezen te krijgen. Harde voorwerpen zijn gevaarlijk omdat hierdoor gemakkelijk kiezen of tanden kunnen breken. De wonden aan de tong die door de tongbeet ontstaan, zijn enkele dagen pijnlijk, maar genezen meestal snel.

Na de tonisch-clonische aanval

Na een tonisch-clonische aanval komt de ademhaling snel weer op gang, en is de ademhaling meestal diep en rochelend door extra speeksel. Tijdens de aanval is het niet mogelijk om de persoon in stabiele zijligging te leggen. Na de aanval moet iemand wel in stabiele zijlegging worden gebracht. Dit om te voorkomen dat er speeksel in de luchtpijp komt. Onmiddellijk na de aanval is de persoon vaak nog niet in staat om te hoesten, pas enkele minuten na de aanval komen dergelijke reacties weer terug.

Als een aanval langer duurt

Wanneer een aanval langer duurt dan 5 minuten, dan is het nodig om medicatie te geven die de aanval stopt. Er kan anders een status epilepticus optreden. Bij sommige mensen volgen er na een aanval nog 1 of meerdere aanvallen. Ook dan moet medicatie worden toegediend. Het medicijn dat vaak gebruikt wordt om de aanval(len) te stoppen (couperen), is een rectiole met valium (Stesolid®), een tubetje met een vloeibaar medicijn dat via de anus kan worden toegediend. Tegenwoordig wordt ook vaak neusspray midazolam (Dormicum©) toegediend om de aanval te stoppen of druppeltjes clonazepam (Rivotril®), die worden in de wangzak toegediend. De behandelend arts moet het middel hebben voorgeschreven. Iemand in de omgeving mag dergelijke medicatie toedienen, mits hij/zij de juiste instructies heeft gekregen.

Het effect van de aanvalsonderbrekende medicatie zal meestal na enkele minuten optreden. Is dit niet het geval dan moet de hulp van een arts worden ingeroepen of 112 worden gebeld. Het heeft geen zin om te proberen de persoon door aanspreken uit de aanval te halen. Hij of zij hoort, ziet en voelt immers niets; de normale reacties op prikkels van buiten zijn tijdelijk uitgevallen.