Sport

Sporten is voor mensen met epilepsie in principe net zo gezond en ontspannend als voor anderen. Mensen met epilepsie kunnen aan bijna alle sporten deelnemen. Wel zijn soms enkele voorzorgsmaatregelen nodig. Daarbij moeten eventuele risico's goed worden afgewogen.

Waar moet u rekening mee houden?

Welke sport voor iemand met epilepsie wel of niet geschikt is, hangt af van een aantal factoren:

  • het type aanvallen;
  • of iemand nog aanvallen heeft en hoe vaak;
  • of de aanvallen worden uitgelokt door bepaalde factoren.
Soms reageert de omgeving (over)bezorgd. Begrijpelijk, maar het is jammer als door onterechte angst mensen met epilepsie niet sporten, terwijl dat prima zou kunnen. Het is natuurlijk wel belangrijk dat eventuele risico's die de sporter met epilepsie zelf neemt, geen gevolgen hebben voor medesportbeoefenaars.

Inspanning en de kans op aanvallen

Meestal is er tijdens het sporten niet zoveel kans op een aanval. In het algemeen treden aanvallen namelijk vaker op tijdens rust dan tijdens actie. Actief en aandachtig bezig zijn onderdrukt de epileptische activiteit, zodat sport de kans op een aanval op dat moment zelfs doet afnemen. Het komt dus zelden voor dat er tijdens het sporten een aanval optreedt. Na de sportactiviteit, in de fase van ontspanning, is de kans op aanvallen juist wat groter.

Een goede coolingdown is belangrijk

Het is bij alle sporten van belang de beweging na het sporten langzaam af te bouwen en niet in één keer van grote inspanning naar rust te gaan. Als iemand ontspannen is na (sport)inspanning is de kans op een aanval groter. Rustig afbouwen, dus een goede coolingdown, is erg belangrijk. Als de omgeving waarin u sport tijdens een aanval risico's met zich meebrengt, zorg er dan voor dat u tijdens en na het sporten een veilige omgeving opzoekt. Blijf bijvoorbeeld niet op de rand van een zwembad zitten.

Meer informatie vindt u in de brochure Zwemmen en andere sporten en op de voorlichtingswebsite van Sportgeneeskunde Nederland.