Als de aanval niet vanzelf stopt: noodmedicatie
Duurt een aanval langer dan 5 minuten of gaat de ene aanval over in de volgende? Dan heb je speciale medicijnen nodig. Deze medicijnen heten coupeer- of noodmedicatie. Je neuroloog schrijft deze medicijnen voor. Met de juiste instructie mag iemand in je omgeving ze toedienen. Noodmedicatie stopt de aanval binnen enkele minuten. Gebeurt dit niet, dan moet 112 gebeld worden. Noodmedicatie is iets anders dan anti-aanvalsmedicijnen die je iedere dag moet slikken.
Bespreek met je neuroloog of noodmedicatie bij jou of je kind nodig is. Noodmedicatie is niet altijd nodig en wordt niet standaard voorgeschreven. De neuroloog kijkt naar het soort aanvallen, hoe lang ze duren en welke risico's je loopt. Daarna kijkt hij/zij welke het meest geschikt is en hoe het toegediend moet worden. De apotheek kan hier ook uitleg over geven.
Voorbeelden van noodmedicatie
- via de neus (nasaal): neusspray midazolam. Bekijk onze animatie over het toedienen van midazolamneusspray.
- via het wangslijmvlies in de mond (buccaal): clonazepam, midazolam.
- via de anus: rectiole diazepam. Dit is een tube met een vloeibaar medicijn die via de anus moet worden toegediend.
Lees ons standpunt over het toedienen van noodmedicatie.
Lees meer over anti-aanvalsmedicijnen.
Verschil tussen anti-aanvalsmedicijnen en noodmedicatie
Anti-aanvalsmedicijnen moet je iedere dag innemen. Ze helpen om aanvallen te voorkomen. De neuroloog schrijft ze voor en kijkt o.a. naar het soort aanvallen, je leeftijd, of je man of vrouw bent, of je andere medicijnen slikt en of je een kinderwens heb. Noodmedicatie wordt gegeven op voorschrift van de neuroloog, op het moment dat een aanval bezig is en te lang duurt.
Aanvalsprotocol
In een aanvalsprotocol geef je informatie over je epilepsie. Zo weten de mensen om je heen meer over jouw epilepsie en weten ze hoe ze je kunnen helpen bij een aanval. Als je noodmedicatie zoals midazolam neusspray gebruikt, geef je dat aan in je aanvalsprotocol.