Onderzoek en diagnose

Onderzoek en diagnose

Als je huisarts of de arts op de eerste hulp denkt dat je epilepsie hebt, verwijst hij of zij je door naar een neuroloog. Je neuroloog doet verschillende onderzoeken om zeker te weten dat je epilepsie hebt. Hoe stelt de arts de diagnose epilepsie en welke onderzoeken zijn daarvoor nodig?

Meer informatie over onderzoek en diagnose

Bij de neuroloog

Je neuroloog heeft een precieze beschrijving van je aanval(len) nodig. Hij of zij  zal vragen naar de kenmerken (symptomen)van je aanval. Verder zal hij of zij andere vragen stellen, bijvoorbeeld over je gezondheid en welke medicijnen je slikt.

Lees meer over het gesprek met je neuroloog.

Lees meer over epilepsiezorg.

 
EEG

Vermoedt je arts epilepsie? Dan wordt er vaak een EEG (elektro-encefalogram) gemaakt om je hersenactiviteit te meten. Hoe werkt een EEG en welke EEG’s zijn er?

Lees meer over EEG’s.

 
Beeldvormend onderzoek

Om de oorzaak van je epileptische aanvallen te vinden is meestal een beeldvormend onderzoek nodig. Dat gebeurt bijvoorbeeld met een MRI- of CT-scan.

Lees meer over scans.

 
Aanvullende onderzoeken

Soms is aanvullend onderzoek nodig, zoals bloedonderzoek, of cardiologisch of neuropsychologisch onderzoek.

Veelgestelde vragen

De diagnose epilepsie wordt gesteld door een neuroloog. Die kijkt niet alleen naar onderzoeken, maar vooral naar wat er precies gebeurt tijdens een aanval.

Belangrijk zijn:

  • Jouw eigen verhaal
  • Wat anderen hebben gezien tijdens de aanval. Een filmpje van de aanval helpt hierbij.
  • Hoe vaak de aanvallen voorkomen

Daarnaast kan informatie uit onderzoeken helpen, zoals een EEG of een hersenscan. Met alle informatie samen bepaalt de neuroloog of het om epilepsie gaat.

Lees meer

Nee. Eén epileptische aanval betekent niet automatisch dat je epilepsie hebt.

Meestal wordt de diagnose epilepsie gesteld als je meer dan één aanval hebt gehad. Soms kan de diagnose al na één aanval gesteld worden. Bijvoorbeeld als de neuroloog   op een EEG of scan afwijkingen ziet en de kans op nieuwe aanvallen groot is.

Lees meer

Denkt de neuroloog aan epilepsie? Dan kan hij of zij verschillende onderzoeken laten doen, zoals:

  • EEG: meet de elektrische activiteit van de hersenen
  • MRI- of CT-scan: laat de structuur van de hersenen zien
  • Soms bloedonderzoek

Deze onderzoeken helpen bij het stellen van de diagnose, maar bepalen de beslissing niet. Bij meer dan de helft van de mensen is het EEG of de scan normaal, terwijl ze wel epilepsie hebben.

Lees meer

Soms wel. Epileptische aanvallen kunnen lijken op andere klachten, zoals flauwvallen, paniekaanvallen of aanvallen die lijken op epilepsie maar het niet zijn.

Daarom wordt de diagnose epilepsie nooit gebaseerd op één onderzoek alleen. Een neuroloog kijkt naar het totaalbeeld: jouw verhaal, wat anderen hebben gezien en de uitslagen van onderzoeken. Soms is extra tijd of aanvullend onderzoek nodig om zeker te zijn.

Twijfel je aan je diagnose of blijven er vragen? Bespreek dit dan met je neuroloog.

Lees meer

Bij de neuroloog

Bij de neuroloog

Als je huisarts of de spoedeisende hulp denkt dat je epilepsie hebt, verwijst hij of zij je door naar een neuroloog. Er zijn veel verschillende soorten aanvallen. Voor de juiste diagnose is een precieze beschrijving dan ook heel belangrijk. Je arts heeft de plicht om je in begrijpelijke taal te informeren over je ziekte, over de gekozen behandeling of over andere mogelijkheden van behandeling.

Informatie geven en een filmpje

Je neuroloog wil vooral weten hoe de aanval eruit zag. Vaak weet je dat zelf niet, omdat tijdens de aanval je bewustzijn verlaagd was. Neem dus gerust iemand mee uit je omgeving die de aanval heeft gezien. Ook een filmpje van je aanval geeft de neuroloog veel informatie. De kans dat je tijdens de afspraak een aanval krijgt en de neuroloog de aanval dus ‘in het echt’ ziet, is tenslotte maar klein.

Dit wil je neuroloog weten:

  • Voelde je de aanval aankomen?
  • Hoe begint de aanval?
  • Hoe ziet de aanval eruit?
  • Stonden je ogen naar een bepaalde kant? Zijn er bewegingen aan beide kanten, of aan één kant?
  • Hoe lang duurde de aanval?
  • Was er urineverlies?
  • Ging de aanval vanzelf over?
  • Heb je nog ergens last van na de aanval?
  • Hoe vaak heb je een aanval gehad? Dit kun je bijhouden in een aanvalskalender.

Is de neuroloog nog niet zeker van de diagnose? Dan zal hij of zij een aantal onderzoeken voorstellen.

Lees meer over onderzoeken.

 

Zet je vragen op papier

Het gebeurt iedereen: je zit bij een arts en vergeet een aantal belangrijke zaken te vragen of te vertellen. Daarom is het handig om thuis alles op papier te zetten. Ook kan het nuttig zijn om een familielid of partner mee te nemen. Wees niet bang om vragen te stellen, je hebt recht op duidelijke informatie. In de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst staan wettelijke richtlijnen voor de behandelrelatie tussen patiënt en arts. Op ‘Begineengoedgesprek’ vind je veel tips die je helpen het gesprek met je arts voor te bereiden en te voeren.

 

Diagnose epilepsie, en dan?

Het gebeurt geregeld dat onderzoek niets oplevert en dat alleen aan de hand van de ziektegeschiedenis en aanvalsbeschrijving de diagnose epilepsie wordt gesteld.

Is de diagnose gesteld? Dan is het belangrijk om met je neuroloog het volgende te bespreken:

  • Om welke vorm van epilepsie gaat het?
  • Adviseert je neuroloog te starten met medicijnen tegen aanvallen (anti-aanvalsmedicijnen)? Zo ja, met welke?
  • Welke bijwerkingen zijn er bij deze medicatie? Zijn er zaken waar je op moet letten?
  • Wat kun je zelf of je omgeving doen tijdens en na een aanval?
  • Hoelang mag de aanval duren zonder dat medische hulp nodig is?
  • Moet de aanval worden gestopt? Zo ja, hoe en met welke medicatie?
  • Zijn er activiteiten die je (voorlopig) beter niet kunt doen omdat ze gevaarlijk zijn?

EEG’s

EEG’s

Om vast te stellen of je echt epilepsie hebt, wordt meestal een EEG (elektro-encefalogram) gemaakt. Daarmee wordt je hersenactiviteit in beeld gebracht. In eerste instantie wordt er een standaard-EEG gemaakt. Voor verder onderzoek zijn er nog andere EEG’s mogelijk.

Hoe werkt een EEG?

Hoe werkt een EEG?

Een EEG (elektro-encefalogram) registreert zogenoemde epileptiforme ontladingen in je hersenen. Deze ontladingen zeggen iets over de epileptische activiteit in de hersenen. Een andere naam voor een EEG is hersenfilmpje.

Wat meet een EEG?

Als de neuroloog na het gesprek denkt dat je epilepsie hebt, dan krijg je bijna altijd een EEG-onderzoek. Een EEG-apparaat meet de elektrische signalen in de hersenen. Met een EEG probeert de neuroloog vast te stellen of je ook echt epilepsie hebt. Een EEG is een momentopname. Er is lang niet altijd een afwijking op het EEG te zien, terwijl iemand toch last van aanvallen heeft.

 
Elektroden op je hoofd

Elektroden zijn kleine metalen plaatjes die de activiteit van je hersenen meten. Om een EEG te kunnen maken, krijg je 22 elektroden op je hoofd geplakt. Sommige mensen vinden het opplakken ervan niet prettig.  Het doet geen pijn, maar het voelt raar. Soms gebruiken ze een muts waarin de elektroden verwerkt zijn.

Piekgolven geven aan dat er iets mis is

De elektroden zijn met draden verbonden aan een computer. Tijdens een epileptische aanval is de hersenactiviteit verstoord. Dat is te zien op het computerscherm als pieken en piekgolven. Een standaard-EEG bestaat uit 16 lijnen, die ieder het spanningsverschil tussen twee punten op de hoofdhuid weergeven. Dit spanningsverschil is afkomstig van de hersencellen in de hersenschors.

Serie EEG’s

Laat een EEG-onderzoek geen afwijkingen zien? Dan kan het noodzakelijk zijn om een serie EEG’s te maken. Meestal is een serie van 3 tot 4 EEG’s het beste. Als 4 goed geregistreerde EEG’s geen epileptiforme ontladingen laten zien, is de kans heel klein dat dit bij volgende EEG’s wel het geval is.

Welke EEG’s zijn er?

Standaard-EEG

Standaard-EEG

Vermoedt je neuroloog dat je epilepsie hebt? Dan wordt er vrijwel altijd een standaard-EEG (elektro-encefalogram) gemaakt. Via elektroden op je hoofd wordt de activiteit van je hersenen gemeten.

Hoe werkt een standaard-EEG?

Een standaard-EEG duurt zo’n 35 minuten. Je zit of ligt tijdens het onderzoek. Je krijgt verschillende opdrachten zoals zuchten en in een flitsende lamp kijken. Zo proberen ze vast te stellen of dit bij jou een aanval opwekt.

Lees meer over hoe een EEG werkt.

 
Onderzoek in het ziekenhuis

Een standaard-EEG laat je maken in het ziekenhuis. Daar vind je alle informatie over hoe dat precies in zijn werk gaat. Soms is er een filmpje op de website beschikbaar.

Lees meer over andere EEG’s.

Slaap-EEG

Slaap-EEG

Levert een standaard-EEG niet genoeg informatie over je aanvallen op of heb je vooral in je slaap aanvallen? Dan kan de neuroloog een slaap-EEG laten maken.

Onderzoek terwijl je slaapt

Een slaap-EEG werkt hetzelfde als een standaard-EEG. Alleen ben je in slaap tijdens het onderzoek. Als dat nodig is, krijg je van tevoren een slaappil. Met deze EEG zoekt de neuroloog naar afwijkingen die niet zichtbaar zijn als je wakker bent.

Lees meer over hoe een EEG werkt.

 
Onderzoek in het ziekenhuis

Een slaap-EEG wordt gemaakt  in het ziekenhuis. Daar vind je meestal ook alle informatie hoe zo’n EEG precies in zijn werk gaat en hoe je de uitslag krijgt.

Lees meer over andere EEG’s.

24-uurs-EEG

24-uurs-EEG

Geven andere EEG’s geen of onvoldoende informatie? Dan kan de neuroloog een 24-uurs-EEG laten maken. Zoals de naam al aangeeft duurt dit EEG een dag en een nacht.

Opname met een draagbare recorder

Bij een 24-uurs-EEG neemt een draagbaar opname-apparaat (portable recorder) je hersenactiviteit voor langere tijd op. Daarnaast hou je een dagboek bij van je activiteiten en eventuele aanvallen. Dit dagboek wordt dan naast de EEG-registratie gelegd. Het opplakken van de elektroden gebeurt op dezelfde manier als bij een standaard-EEG.

Lees meer over hoe een EEG werkt.

 
Waar kun je terecht voor een 24-uurs-EEG?

Niet alle ziekenhuizen kunnen een 24-uurs-EEG maken. Bij ziekenhuizen waar het wel kan, vind je meestal ruime informatie over hoe het onderzoek in zijn werk gaat en hoe je de uitslag krijgt.

Lees meer over andere EEG’s.

EEG na slaaponthouding

EEG na slaaponthouding

Zijn er op een standaard-EEG en slaap-EEG geen afwijkingen gevonden? Dan laat de neuroloog soms een EEG na slaaponthouding maken. Slaaponthouding noemt men ook wel slaapdeprivatie.

Een nacht wakker

Voor een EEG na slaaponthouding moet je eerst een hele nacht wakker blijven. Tijdens het EEG hoef je niet wakker te blijven. Je mag doezelen of slapen. Het EEG wordt verder hetzelfde gemaakt als een standaard-EEG.

Lees meer over hoe een EEG werkt.

 
Onderzoek in het ziekenhuis

Voor een EEG met slaaponthouding ga je naar het ziekenhuis. Daar vind je meestal ook alle informatie over hoe zo’n EEG precies in zijn werk gaat en hoe je de uitslag krijgt.

Lees meer over andere EEG’s.

EEG met videoregistratie

EEG met videoregistratie

Soms krijg je een EEG-onderzoek terwijl je op video wordt opgenomen. De EEG-beelden leggen ze naast de video-opnamen. Zo kunnen ze precies zien hoe het EEG eruit zag bij een aanval.

Hoe lang duurt een EEG met videoregistratie?

Voor een EEG met videoregistratie word je voor korte of langere tijd opgenomen. Soms één tot een paar dagen, soms een paar maanden. Voor langere opnames moet je naar een epilepsiecentrum .

Lees meer over hoe een EEG werkt.

 
Waar kun je terecht?

Alleen bepaalde universitaire ziekenhuizen en de epilepsiecentra hebben de mogelijkheid van een EEG met videoregistratie. Daar vind je ook voorlichtingsmateriaal over hoe het onderzoek precies in zijn werk gaat en hoe je de uitslag krijgt.

Lees meer over andere EEG’s.

Diepte-EEG en EEG met psychologische test

Diepte-EEG en EEG met psychologische test

Soms is nog extra EEG-onderzoek nodig zoals een EEG met diepte-elektroden bij epilepsiechirurgie en Deep Brain Stimulation (DBS). Of een EEG dat tegelijk met een psychologische test wordt gedaan.

EEG met diepte-elektroden

Om zo precies mogelijk te bepalen waar een aanval ontstaat in de hersenen, kan er een diepte-EEG (of S-EEG) nodig zijn. Via een opening in je schedel brengt de neurochirurg elektrodes aan vlakbij de verdachte plek. Een EEG en video registreren daarna de aanvallen.

EEG gecombineerd met een psychologische test

Aanvallen zijn soms zo licht, dat ze nauwelijks opgemerkt worden. Vermoedt je neuroloog dat dit bij jou zo is? Hij of zij stuurt je dan soms door voor een psychologische test tijdens een EEG. Door het stellen van vragen tijdens het EEG wordt bijvoorbeeld je concentratie en geheugen getest. Zo gaan ze na of je hersenen inderdaad tijdelijk minder goed werken.

Lees meer over andere EEG’s.