Soorten aanvallen
Er zijn verschillende soorten aanvallen bij epilepsie. De één is bewusteloos, valt en gaat schokken. De ander voelt vreemde tintelingen of hoort vreemde geluiden. Of iemand staart een korte periode voor zich uit en reageert niet.
Verschillend uitzien
Epileptische aanvallen kunnen er dus heel verschillend uitzien. Neurologen delen ze op een bepaalde manier in. Misschien heb jij een aanval gehad of vraag je je af of iets een epileptische aanval was. Hieronder zie je een overzicht van epileptische aanvallen. We beschrijven ze uitgebreid. Ook geven we kenmerken (symptomen) van de aanval. Neurologen kijken daar ook naar en delen aanvallen dan op een bepaalde manier in.
Wil je meer weten over een aanval en een filmpje zien met de eerste hulp?
Lees dan verder!
Korte afwezigheid: Absence
Bij een absence ben je kort afwezig. Je staart 3 tot 30 seconden voor je uit. Daarna ga je vaak weer door met wat je aan het doen was. Veel mensen denken bij een absence niet direct aan een epileptische aanval.
Aanval met verstijving, schokken en bewusteloosheid: Tonisch-clonische of grote aanval
Bij een tonisch-clonische aanval raak je buiten bewustzijn. De symptomen (kenmerken) van deze epileptische aanval zijn: je valt op de grond, verkrampt en gaat schokken met je lichaam. Meestal duurt deze aanval een paar minuten.
Lees meer over de tonisch-clonische aanval.
Aanval met normaal bewustzijn: Focale aanval met intacte gewaarwording
Bij deze epileptische aanval heb je een kleine verstoring in een deel van je hersenen. Je blijft bij bewustzijn, maar hebt bijvoorbeeld schokjes in je arm of je voelt, ziet of ervaart iets.
Lees meer over de focale aanval met intacte gewaarwording.
Aanval met verward, vreemd gedrag zonder reactie: Focale aanval met verminderde gewaarwording
Ook bij deze epileptische aanval heb je een kleine verstoring in een deel van je hersenen. Maar bij deze aanval is je bewustzijn verlaagd. Je weet niet meer wat je doet en vertoont vaak vreemd, verward gedrag. De kenmerken (symptomen) zijn heel verschillend. Je kunt bijvoorbeeld smakken, dingen verplaatsen of gaan rondlopen.
Lees meer over de focale aanval met verminderde gewaarwording.
Aanval met korte schokken: Myoclonische aanval
Een myoclonie is een epileptische aanval waarbij de spieren in je armen en/of benen plotseling samentrekken. Hierdoor treden er schokjes op. Meestal blijf je bij bewustzijn. Soms is dit kort verstoord, maar dat valt bijna nooit op.
Aanval met verstijving en bewusteloosheid: Tonische aanval
Bij deze epileptische aanval raak je buiten bewustzijn en verstijft je lichaam. Alle spieren spannen tegelijk aan, vaak in een verwrongen beweging.
Lees meer over de tonische aanval.
Aanval met schokken en bewusteloosheid: Clonische aanval
Bij deze epileptische aanval raak je buiten bewustzijn en ontstaan er schokken. Dit zijn ritmische schokken, aan één kant of beide kanten van je lichaam.
Lees meer over de clonische aanval.
Aanval met plotselinge verslapping: Atone aanval
Bij een atone of atonische aanval verlies je plotseling je bewustzijn en verslappen je spieren. Vaak maar een paar seconden.
Lees meer over de atone aanval.
Indeling epileptische aanvallen
Neurologen delen epileptische aanvallen aanvallen op een bepaalde manier in.
Lees meer over deze indeling van aanvallen.
Niet-epileptische aanvallen
Soms lijkt iets op epilepsie, maar is het iets anders.
Veelgestelde vragen
-
Soorten aanvallen
Wat is het verschil tussen een epileptische aanval en epilepsie?
Een epileptische aanval is een moment waarop de hersenen tijdelijk anders werken. Dit komt door een plotselinge verstoring van elektrische signalen in de hersenen. Je kunt dan bijvoorbeeld schokken, verstijven, staren of iets vreemds voelen of ervaren.
Van epilepsie spreken we als je meer dan één epileptische aanval hebt gehad, of als een neuroloog uit onderzoeken als een EEG of een scan ziet dat de kans op nieuwe aanvallen groot is. Eén aanval betekent dus niet automatisch dat je epilepsie hebt.
Hoe weet een neuroloog welke soort epileptische aanval iemand heeft gehad?
Een neuroloog kijkt naar drie dingen:
- Waar in de hersenen de aanval begint (in één deel of in beide hersenhelften).
- Of iemand bij bewustzijn blijft.
- Hoe de aanval eruitziet, bijvoorbeeld schokken, verstijven, staren of vreemd gedrag.
Met deze informatie kan de arts de aanval indelen en de juiste naam geven.
Kunnen epileptische aanvallen er bij iedereen anders uitzien?
Ja. Aanvallen kunnen er heel verschillend uitzien. De ene persoon staart een paar seconden voor zich uit. De ander valt, verstijft of krijgt schokken. Iemand kan ook verward gedrag laten zien of vreemde gevoelens ervaren.
Soms blijft iemand bij bewustzijn, soms niet. Dat hangt af van welk deel van de hersenen bij de aanval betrokken is.
Kun je meerdere soorten epileptische aanvallen hebben?
Ja. Veel mensen met epilepsie hebben niet maar één soort aanval. Je kunt bijvoorbeeld zowel aanvallen met schokken hebben als aanvallen waarbij je kort staart of verward bent of opeens iets raars voelt.
Dat komt doordat aanvallen in verschillende delen van de hersenen kunnen beginnen, of zich over de hersenen verspreiden. Soms verandert het soort aanval in de loop van de tijd.
Het is belangrijk om veranderingen in je aanvallen goed te beschrijven aan je neuroloog. Dat helpt bij het stellen van de juiste diagnose en het kiezen van de beste behandeling.