Wanneer iemand voor het eerst een epileptische aanval heeft gehad, is er vaak veel onzekerheid. Komt de aanval nog een keer? Of blijft het bij deze ene keer? Dat verschil is belangrijk, omdat de diagnose epilepsie grote gevolgen kan hebben voor het dagelijks leven.
Onderzoeker dr. Sandra van der Salm, neuroloog en klinisch neurofysioloog bij UMC Utrecht, onderzoekt hoe artsen beter kunnen voorspellen of iemand na een eerste aanval opnieuw een aanval krijgt. Zo wil ze sneller duidelijkheid kunnen geven: wanneer is een aanval eenmalig en wanneer is er sprake van epilepsie?
Onderzoeker aan het woord
In de videoreeks 'onderzoeker aan het woord' vertellen verschillende onderzoekers waar ze dagelijks aan werken. Zo brengen we wetenschap dichterbij en laten we zien hoe onderzoek naar epilepsie in de praktijk vorm krijgt.
In deze video stellen we je graag voor aan onderzoeker en kinderneuroloog Sandra van der Salm. Sandra doet onderzoek naar de vraag: krijgt iemand na een eerste aanval (insult) nog een tweede aanval? Wanneer iemand één keer een epileptische aanval heeft gehad, betekent dat namelijk nog niet meteen dat die persoon ook echt epilepsie heeft. Het doel van haar onderzoek is om beter te kunnen voorspellen wie wel en wie niet epilepsie ontwikkelt na een eerste insult, zodat patiënten de juiste diagnose en begeleiding krijgen.
Ongeveer 5 procent van de mensen krijgt in zijn of haar leven een epileptische aanval. Bij ongeveer 60 procent van deze mensen blijft het bij één aanval. Bij anderen is de kans op een nieuwe aanval groter. Het is alleen nog lastig om deze groepen goed van elkaar te onderscheiden.
Daarbij speelt het EEG een belangrijke rol. Met een EEG meten artsen de elektrische activiteit van de hersenen. Op dit moment verschilt de manier waarop een EEG wordt uitgevoerd per ziekenhuis. Zo wordt het onderzoek in het ene ziekenhuis binnen 24 uur na de aanval gedaan en in het andere ziekenhuis pas na enkele dagen. Ook verschilt de duur van de meting en wordt iemand in sommige ziekenhuizen gevraagd om vooraf wakker te blijven.
Sandra en haar collega's onderzoeken welke aanpak het beste helpt om de kans op een tweede aanval te voorspellen. Hiervoor analyseren ze gegevens van mensen die na een eerste aanval in verschillende ziekenhuizen zijn onderzocht. Ze kijken onder andere naar de uitgevoerde onderzoeken, de manier waarop het EEG is afgenomen en of iemand later opnieuw een aanval heeft gehad. In een volgende fase willen de onderzoekers ongeveer 1000 mensen uit verschillende ziekenhuizen minimaal twee jaar volgen. Zo willen ze ontdekken welke factoren de kans op een tweede aanval voorspellen en welke diagnostiek het meest betrouwbaar is.
Het uiteindelijke doel is om artsen een duidelijke, landelijke aanpak te geven voor de diagnostiek na een eerste aanval. Zo kunnen mensen die weinig kans hebben op een nieuwe aanval sneller worden gerustgesteld en hoeven zij hun leven mogelijk niet onnodig aan te passen. Mensen met een grotere kans op een nieuwe aanval kunnen juist op tijd de juiste behandeling en begeleiding krijgen.
Op deze manier wil Sandra de onzekerheid na een eerste epileptische aanval verkleinen en ervoor zorgen dat iedere patiënt de juiste informatie en behandeling krijgt.
Onderzoek door dr. Sandra van der Salm bij UMC Utrecht.
WAR 24-09