Leven met Senior 05 - 05 - 26

Ook met epilepsie kun je heel veel bereiken

05 mei 2026

Peter (86 jaar) vertelt hoe hij zo’n 80 jaar geleden epilepsie kreeg en hoe dat toen ging. En hoe het nu met hem is.

“Mijn epilepsie is kort na de Tweede Wereldoorlog geconstateerd. Dat was een geweldige klap voor mijn moeder. Zij was verpleegster dus ze wist van de hoed en de rand en wat ons te wachten stond. Maar bij ons in de familie werd gezegd: als je epilepsie hebt dan ben je gek en dan moet je naar een gesticht. En dat was een schande voor de familie. Dat is de reden dat ik vanaf toen echt het jochie van mijn moeder werd.

Tweede helft jaren 40

Maar goed, mijn moeder is met mij stad en land afgereisd om een goede dokter en een goede behandeling te vinden. Natuurlijk kreeg ik medicijnen. Maar je moet je realiseren dat dat medicijnen waren die toen beschikbaar waren. Ze maakten mij dik. Mijn hersenen en mijn bewegingen werden langzaam, langzaam, langzaam.

Naar Meer en Bosch

Wij woonden in Zeist en onze huisarts wist niet dat Meer en Bosch in Heemstede bestond. (Meer en Bosch is nu onderdeel van epilepsiecentrum SEIN). De wereld was toen nog niet zo groot. Maar omdat mijn moeder met mij wel stad en land afging, wisten we van het bestaan. Daar heb ik uiteindelijk een jaar gewoond. Ik was toen een jaar of 10 en ik werd er nog dikker dan ik al was. Mijn moeder vond het vreselijk. Dus ze vond dat ik er weg moest. Maar eenmaal thuis was wél de vraag: wat dan nu?

Hoe verder?

Via, via, via kwam ik terecht bij professor van Wulfften Palthe. Hij was hoogleraar neurologie aan de Universiteit van Utrecht en hoofd van het Medisch Centrum van de Koninklijke luchtmacht in Soesterberg.  Hij had daar de beschikking over allerlei ingewikkelde apparatuur en hij zag mij als een proefproject voor zijn studies. Ik heb de gekst mogelijke onderzoeken moeten ondergaan. Uiteindelijk kwam daar een behandeling uit met medicatie die bij mij zeer veel vruchten heeft afgeworpen. In die tijd maakte de apotheker nog zelf de pillen en de professor heeft zelf precies aangegeven wat hij in die pillen wilde hebben. Bij mij heeft het zeer goed geholpen. Misschien kwam het ook doordat ik inmiddels in de puberteit zat en er langzaam overheen groeide. Hoe dan ook, de aanvallen werden minder.

Werken na de lagere school

Na de lagere school moest ik gaan werken bij een boer in Bunnik. Daar heb ik de liefde opgevat voor het boerenwerk. Ik ging eerst naar de lagere en daarna naar de middelbare landbouwschool. Schaken vond ik een leuke hobby. Zo heb ik geleerd me goed te concentreren. Daar heb ik nu nog steeds baat bij. Ik heb het gevoel dat ik door me goed te concentreren mijn epilepsie beter kan controleren.

Beter leren

Doordat ik me goed kon concentreren ging mijn leerprestatie op school omhoog. Ook keek mijn moeder er scherp op toe dat ik de voorschriften van professor van Wulfften Palthe strikt toepaste. Dat hield dus in: nooit zonder een ontbijt de deur uit, hard werken, maar ook goed rusten en voldoende slapen. De boerin waar ik werkte had precieze instructie gekregen van mijn moeder en die twee waren het heel erg eens. Daar viel niet mee te sjoemelen. Met medicijnen en die strenge voorschriften heb ik al sinds 1965 geen aanvallen meer.

Met nieuw medicijn werd alles helderder

De artsen probeerden wel nog in 1985 om mij van de medicijnen af te krijgen maar dat was geen succes. Maar goed, dat was achteraf niet zo heel erg.  Ik kreeg namelijk een ander medicijn (oxcarbazepine) en dát werd me toch een verrassing! Eerder kon de familie bij het ontbijt alles tegen me zeggen, want ik had niets in de gaten. Maar nu kon dat niet meer, ik kreeg alles mee! Plotseling was alles veel helderder in mijn hoofd en mijn schaakprestatie werd ook een heel stuk beter.

In de journalistiek, dubbelspion en schrijver

Uiteindelijk ben ik niet in het boerenbedrijf terecht gekomen maar in de journalistiek. Als redacteur en later chef van de economieredactie van het Algemeen Dagblad ben ik de hele wereld over gereisd. Zo had ik in 1963 een interview met Margot Honecker. Zij was in de voormalige DDR, minister van jeugd en onderwijs en de echtgenote van de latere partijleider Erich Honecker. Vier jaar later tijdens een vakantie in Oost-Duitsland bleek dat interview de aanleiding om mij te vragen als spion voor de militaire inlichtingendienst van de DDR. Weer thuis in Nederland ben ik daarmee meteen naar de politie gegaan. Zo gebeurde het dat ik dubbelspion werd. Over heel die spionnentoestand heb ik 12 jaar geleden een boek geschreven. Nu begint dat in Amerika, en ook in andere landen, ineens te lopen.  Met de uitgever in Amerika ben ik nu zelfs bezig met een ander boek van mij. Dat vind ik toch zo leuk, dat ik daar, nu ver in de 80, aan de bak kom.

Toen ik nog in de journalistiek zat, ben ik ooit ook nog eens wereldkampioen geweest in de verslaggeving over olie. Ik was misschien niet de beste, maar ik speelde het wel het slimste. Ik had een heel netwerk van oliehandelaren en ministers en daar maakte ik gebruik van.

Mijn boodschap: Je bent niet minder als je epilepsie hebt

Ik wil maar zeggen: als je epilepsie hebt, moet je niet denken dat je minder bent. Je bent harstikke goed op je eigen manier. Je kunt altijd eruit halen wat erin zit, al gaat dat misschien niet altijd makkelijk. Doe de dingen die je leuk vindt en als je daarmee dan de top bereikt op jouw niveau, dan is dat toch prachtig!?