"Ik heb net zo veel geluk als ongeluk gehad"

Caspar viel tijdens een aanval op het spoor

Jarenlang reisde Caspar Evers met de trein naar zijn werk, van Breda naar Rotterdam en Amersfoort. Al die jaren ging het goed, tot de grootste angst van zijn vrouw Ankie werkelijkheid werd: Caspar kreeg een complex partiële aanval op het perron. Hij verloor zijn bewustzijn, bleef doorlopen en viel op het spoor.

"Het was nog vroeg toen de politie aanbelde", herinnert Ankie zich. "Ik ben gastouder en de eerste kinderen waren net binnen. Caspar was in de richting van een stilstaande trein gelopen, vertelden de agenten, maar hij is vervolgens niet ingestapt. Zonder dat de conductrice het heeft gezien, is hij tussen het perron en de trein gevallen en is de trein gaan rijden. Over zijn voet heen. 'Er moet waarschijnlijk een stuk voet af', zeiden ze. Nou, ik heb in de verpleging gewerkt en kon me voorstellen dat het niet bij een stukje zou blijven. Caspar had een hoofdwond, gebroken ribben en uiteindelijk is zijn onderbeen geamputeerd."

Leren lopen

In maart is het ongeluk meer dan zes jaar geleden. Caspar heeft een prothese en leerde vrij snel zonder krukken lopen. Hij en Ankie praten er verrassend rustig over. "Misschien omdat ik in het revalidatiecentrum besefte dat het veel erger had kunnen aflopen. Achteraf hoorde ik dat een naderende goederentrein nog net heeft kunnen stoppen. Het had dus veel erger kunnen zijn. Ik heb net zo veel geluk als ongeluk gehad." Caspars zoon Felix komt de kamer binnenlopen en voegt nuchter toe: "Je was gewoon op de verkeerde tijd op de verkeerde plek."

Alternatieven

De familie Evers laat zich niet snel uit het veld slaan, dat is wel duidelijk. Medicijnen werkten nooit voldoende bij Caspar, waardoor hij zo'n tien aanvallen per jaar bleef houden. Daar leerde hij op een gegeven moment mee leven, net als nu met de handicap. Ze verruilden avontuurlijke kampeerlocaties de afgelopen jaren voor een huisje, zodat Caspar niet afhankelijk is van een gehandicaptendouche. Schaatsen of hardlopen lukt niet meer, dus zijn Caspar en Ankie tegenwoordig regelmatig samen in de sportschool te vinden. En als de prothese irriteert en zijn been gaat ontsteken, tillen ze de rolstoel uit de auto en koppelen ze er een rolstoelfiets aan vast voor de langere afstanden. "Het enige dat ik echt niet meer doe, is reizen met de trein. Dat wil Ankie niet, en zelf blijf ik ook liever uit de buurt. Daardoor ben ik voor vervoer wel afhankelijker van anderen. Daarom zoek ik ook een nieuwe baan in de buurt van Breda. Vorig jaar heb ik het archief van onze atletiekvereniging op orde gemaakt. Dat vond ik erg leuk, dus school ik me nu verder in archiefwerk."

Erfelijke epilepsie

Een week na het interview stuurt Caspar een mailtje: "Onze zoon (19) heeft afgelopen dinsdag helaas zijn eerste grote aanval gekregen. Tot dan toe had hij alleen myoclonische aanvallen, samentrekkingen van de spieren bij het wakker worden of inslapen. Nu zag ik voor het eerst een aanval bij een ander en dan nog wel bij mijn eigen zoon. Dat was schrikken. En ook balen dat hij net als ik en onze oudste dochter die het ook heeft, met epilepsie moet leren leven." Ook voor Ankie is het even slikken. De aanvallen van Caspar kent ze al haar hele leven, sinds ze op haar zestiende verliefd op hem werd. Ze weet hoe ze 'm op een matras kan rollen na een grote aanval of hoe ze hem rustig kan krijgen bij de onrustige, bozige complex partiële aanvallen die hij tegenwoordig heeft. "Maar als moeder ervaar ik het toch anders. De medicatie slaat gelukkig goed aan bij onze oudste dochter, bij onze zoon beginnen we nu met het onderzoeks- en medicatietraject. En we starten erfelijkheidsonderzoek. Misschien geeft dit meer inzicht in de epilepsie en de behandelmogelijkheden."