Een dieper kijkje in de hersenen

Om epilepsie goed vast te kunnen stellen, moet een arts in het hoofd kunnen kijken. Dan kan gekeken worden naar wat er precies gebeurt tijdens een aanval. Op welke plek in de hersenen begint zo'n aanval? Is die plek zonder veel consequenties operatief te verwijderen als de aanvallen niet met medicijnen onder controle te krijgen zijn?

Om de bron van de epilepsie zo nauwkeurig mogelijk in beeld te brengen, wordt vaak een MEG gebruikt. Bij een MEG krijgt iemand een megagrote helm op het hoofd met daarin sensoren, waarmee er als het ware in het hoofd kan worden gekeken. in Nederland is maar één zo'n MEG, maar die is duur en bestaat maar in één maat. Kinderen krijgen dezelfde helm als volwassenen op. Dat is nadelig voor de kwaliteit van de meting.

Betere, diepere meetresultaten

De afgelopen jaren hebben onderzoeksteams in Engeland een geheel nieuwe methode ontwikkeld, waarmee je hetzelfde kunt doen als met een MEG. Maar dan met kleine, draagbare sensoren die veel gemakkelijker in het gebruik zijn en ook nog betere en meer gedetailleerde resultaten lijken op te leveren. Een test in de praktijk moet uitwijzen of dit nieuwe systeem de toekomst is. veelbelovend, daarom steunt het Epilepsiefonds dit onderzoek.

Klinisch neurofysioloog Arjan Hillebrand werkt aan dit onderzoek. Bijdragen aan dit project? Dat kan!