Historie

Het Epilepsiefonds is het oudste gezondheidsfonds van Nederland. Het fonds is ooit begonnen als de Macht van het Kleine in 1893 en zet zich al meer dan 120 jaar in voor de epilepsiebestrijding. Sinds de oprichting is er hard gewerkt en veel bereikt voor mensen met epilepsie.

1882 – Jonkvrouwe ontfermt zich over vrouwen met epilepsie

Mensen met epilepsie werden vroeger vaak ten onrechte als geestesziek beschouwd vanwege het onvoorspelbare en plotse karakter van de epileptische aanvallen. Jonkvrouwe A.J.M. Teding van Berkhout uit Haarlem was de oprichtster van een ziekenhuis dat later zou uitgroeien tot het Haarlemse Diaconessenhuis. Na de opname van een meisje 'lijdend aan de vallende ziekte' begon zij zich het lot van mensen met epilepsie aan te trekken. Achter in haar tuin liet zij een bescheiden houten gebouw bouwen waar zij vrouwen met epilepsie opving tegen betaling van vijf gulden per week. Snel daarna konden in een ander gebouw ook kinderen worden verpleegd. De oprichting van de 'Christelijke Vereeniging voor de Lijders aan de vallende ziekte' was een feit. Mannen met epilepsie werden na verloop van tijd toegelaten op de aangekochte buitenplaats Meer en Bosch in Heemstede.

1893 – Oprichting fonds

Veel mensen konden de verplichte bijdrage van vijf gulden per week niet betalen. Daarom besloot de Christelijke Vereeniging een beroep te doen op de goedgeefsheid van burgers. In 1893 werd een fonds opgericht om geld in te zamelen voor mensen met epilepsie.

1895 – De Macht van het Kleine

In Rotterdam ontstond een Halve-Stuivers-Vereeniging die na het eerste jaar ruim vijftienduizend halve stuivers naar Haarlem overmaakte. De Rotterdammers besloten hun vereniging De Macht van het Kleine te noemen. Al snel volgden meer verenigingen onder deze naam.

Collectant zoekt collectant

Collectant zoekt collectant

De Macht van het Kleine werkte eenvoudig: iedere plaatselijke vereniging zocht enkele collectanten die op hun beurt een nieuwe collectant en minstens tien leden wierven die wekelijks een halve stuiver afdroegen. Dat werd genoteerd in een collecteboekje. Ook de collectebus deed het goed in die tijd. Zo'n busje werd op aanvraag toegezonden, met als reden: 'het ziet er smaakvol uit, is bescheiden klein, goed gesloten, kan hangen en staan, en lokt uit tot offeren'. Periodiek ging de opbrengst naar Heemstede, vaak vergezeld met een notitie over de gang van zaken. Daarvan werd melding gemaakt in De Macht van het Kleine, de driemaandelijkse nieuwsbrief die tegen een kleine vergoeding bij alle leden werd bezorgd.

Dag voor collectanten

Dag voor collectanten

Vanaf begin 1900 organiseerde De Macht van het Kleine speciaal voor collectanten en bestuurders jaarlijks Onze Dag in Heemstede. Op het programma stonden toespraken, muziek, voordrachten en het bezichtigen van gebouwen. In 1913 werd Onze Dag druk bezocht. De vele bezoekers mochten na ontvangst plaatsnemen aan de maar liefst zestig meter lange tafels en kregen een koude 'disch' voorgeschoteld.

Samen het Epilepsiefonds

De Macht van het Kleine was tot 1975 onderdeel van de Christelijke Vereeniging. Na dat jaar werd het een aparte stichting die in 1989 fuseerde met het in 1979 opgerichte Nationaal Epilepsie Fonds. De doelstelling is sindsdien uitgebreid met de financiering van onderzoek en voorlichting over epilepsie. In 2013 is de toevoeging 'Nationaal' vervallen omdat de organisatie al vaak Epilepsiefonds werd genoemd.