Proefdieren

Het Epilepsiefonds ondersteunt wetenschappelijk onderzoek waarbij soms proefdieren nodig zijn. Wij zijn tegen onnodig gebruik van proefdieren en voeren dan ook een terughoudend beleid.

Standpunt Samenwerkende GezondheidsFondsen

Het Epilepsiefonds onderschrijft het gezamenlijke standpunt over onderzoek met dierproeven dat is ontwikkeld door de Samenwerkende GezondheidsFondsen (SGF). De belangrijkste punten daaruit zijn als volgt:

  • De gezondheidsfondsen financieren alleen onderzoek met proefdieren als dat onvermijdelijk is.
  • Er wordt altijd gekeken of het onderzoek zo is opgezet dat het op de beste manier helpt om een gezondheidsprobleem ter verminderen of op te lossen.
  • De gezondheidsfondsen geven de voorkeur aan alternatieve, gelijkwaardige onderzoeksmethoden.
  • Onderzoek met proefdieren wordt alleen maar gesteund als de uitkomsten veelbelovend lijken te zijn wat betreft positieve effecten voor de patiënten en als er geen andere manier is om die onderzoeken te doen.
  • De fondsen onderschrijven het ontwikkelen en implementeren van 3V-alternatieven voor dierproeven van de overheid, deze staan voor Vervangen, Verminderen en Verfijnen.

U kunt het volledige standpunt over dierproeven van de SGF (pdf) downloaden.

Computermodel alternatief voor proefdieren

Dr. Frans Leijten en dr. Geertjan Huiskamp van het UMC Utrecht Hersencentrum en wiskundigen prof. Stephan van Gils en dr. Hil Meijer van de Universiteit Twente doen met subsidie van het Epilepsiefonds en ZonMw onderzoek naar het verkorten van het traject dat patiënten doorlopen die voor epilepsiechirurgie in aanmerking komen. Bij dit onderzoek gebruiken zij een computermodel dat een stuk van de hersenschors met zenuwcellen nabootst.

In het computermodel kunnen ook epileptische aanvallen worden opgewekt. De EEG-signalen van deze aanvallen zien er hetzelfde uit als bij 'echte' patiënten. Dankzij dit computermodel kunnen nu alle manieren van stimulatie worden onderzocht die gebruikt worden om de epilepsiehaard te vinden, en kunnen ook de effecten van medicatie in kaart worden gebracht. Verder maakt het model het onderzoeken en het lokaliseren van het epileptische gebied in de hersenen tijdens de operatie mogelijk, waardoor langdurige registratie in de schedel vooraf niet meer nodig is.

Als het computermodel goed blijkt te voorspellen, kan het uiteindelijk ook worden toegepast bij ander epilepsieonderzoek en in andere instellingen. Op deze manier kunnen meer vragen over epilepsie worden beantwoord, zonder dat onderzoekers een beroep hoeven te doen op proefdieren.