Rijgeschiktheid

Mensen met epileptische aanvallen mogen na één of meerdere aanvallen een bepaalde tijd niet rijden. Dit is in de wet vastgelegd. Na de wettelijke aanvalsvrije periode waarin men niet mag rijden, is men niet verplicht om de aanval(len) te melden bij het Centraal Bureau voor Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Als iemand het niet meldt en betrokken raakt bij een ongeval kan men echter in de problemen raken. Bij een melding bepalen deskundigen van het CBR aan de hand van officiële eisen (Regeling eisen geschiktheid 2000) of mensen met epileptische aanval(len) mogen deelnemen aan het gemotoriseerde verkeer. Deze eisen zijn gebaseerd op het type aanval en de kans op herhaling van een aanval binnen een bepaalde tijd.

  • Het Epilepsiefonds vindt uiteraard dat iedereen zich aan de wet moet houden en zich moet houden aan de wettelijke aanvalsvrije periode: anders overtreedt men de wet en is men strafbaar. Het fonds adviseert mensen die meerdere epileptische aanvallen hebben gehad of mensen die bij één epileptische aanval de diagnose epilepsie hebben gekregen om na de wettelijke aanvalsvrije periode hun aanvallen te melden bij het CBR. De gevolgen van een aanval tijdens het rijden kunnen namelijk verstrekkend zijn. In haar voorlichtingscontacten wijst het fonds daarom mensen op hun morele verantwoordelijkheid.
  • In de media en in de publieke opinie wordt geregeld gesuggereerd dat er een algemeen rijverbod zou moeten zijn voor mensen met epilepsie. Als iemand aan de richtlijnen van de wet voldoet, is echter de kans op een aanval volgens statistische berekeningen te verwaarlozen. Het Epilepsiefonds is dan ook tegen een algeheel rijverbod voor mensen met epilepsie.

In de brochure Epilepsie en rijgeschiktheid kunt u meer lezen over de huidige wettelijke richtlijnen.