Niet-epileptische aanvallen

Bij kinderen komen veel verschijnselen voor die op epilepsie lijken, maar daar niets mee te maken hebben. Vaak treden deze in aanvallen op. Bekende begrippen hiervoor zijn bijvoorbeeld stuipen of groeistuipen. Ook bij oudere kinderen en volwassenen kunnen bepaalde aandoeningen op epilepsie lijken. Enkele voorbeelden van niet-epileptische aanvallen zijn:

Breath holding spells

Breath holding spells komen vooral voor bij kinderen. Bij deze aanvallen houdt het kind de adem een tijdje in. Ze ontstaan bij hevige emoties en/of pijn. Het kind verstijft, houdt de adem in, wordt bleek, krijgt soms zelfs een blauwe kleur in het gezicht, en blijft vervolgens slap en bewegingsloos liggen. Enkele minuten later komt het kind weer bij. Dit soort aanvallen komt voor bij ongeveer 5% van de kinderen in de leeftijd van 6 maanden tot 2 jaar. Het is een onschuldig verschijnsel dat vanzelf overgaat.

Flauwvallen (syncope)

Bij flauwvallen raakt iemand buiten kennis doordat de hersenen even te weinig bloed krijgen. De meeste mensen voelen het flauwvallen aankomen. Ze voelen zich slap of misselijk worden, (gaan) transpireren, en het wordt zwart voor de ogen. Bij de wegraking zelf kan het lichaam ongewild schokken en er kan sprake zijn van verlies van urine (incontinentie). 

Oorzaak van flauwvallen
De meest voorkomende oorzaak van flauwvallen is een onverwachte reflex (reflexsyncope). Hierbij daalt de bloeddruk door bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld bij warm weer en bij lang stilstaan, bij heftige emoties (bijvoorbeeld het zien van bloed), na het opstaan van een bed of stoel, of wanneer het bloed niet terug kan stromen naar het hart, zoals bij langdurig gebukt werken. Ook als het hart het bloed niet voldoende rondpompt, bijvoorbeeld door een hartritmestoornis, kan iemand flauwvallen. Dit laatste gebeurt vooral bij mensen met een hartaandoening, en dan voornamelijk na inspanning.

Hartritmestoornissen

Hartritmestoornissen kunnen zowel bij kinderen als bij volwassenen verschijnselen geven die lijken op epileptische aanvallen. De arts zal dan meestal een elektrocardiogram (ECG of hartfilmpje) laten maken van het hart.

Hyperekplexia (schrikziekte)

Hyperekplexia of schrikziekte gaat nooit samen met een storing van het bewustzijn. Mensen met deze aandoening reageren erg hevig op onverwachte prikkels. Prikkels als aanraken, licht of geluid veroorzaken een schrikreactie. Met het ouder worden, verandert het zenuwstelsel (het wordt ‘rijper’) en wordt het probleem vaak minder. Met medicijnen kan de gevoeligheid voor prikkels verminderd worden. 

Startle epilepsie: aanvallen door schrikreactie
Er zijn ook epileptische aanvallen die door schrik opgewekt kunnen worden. Deze vorm wordt ‘startle epilepsie’ genoemd. Hierbij treden de epileptische aanvallen op in de vorm van korte myoclonieën of tonische aanvallen als reactie op een plotselinge onverwachte prikkel. Het is soms moeilijk om het onderscheid te maken tussen schrikziekte en epilepsie.

Hyperventilatie

Hyperventilatie treedt op als iemand gespannen is, waardoor de ademhaling sneller en dieper wordt en er meer koolzuurgas afgegeven wordt dan gewenst is. Hierdoor verandert de overdracht van impulsen van zenuw naar spier en ontstaan tintelingen in de vingers en een stijf gevoel in de tong, handen en borstkas. Mensen voelen een beklemming op de borst en gaan uit paniek nog dieper ademen. Uiteindelijk kunnen krampen van het hele lichaam optreden en lijkt het hyperventileren op een epileptische aanval.

Hypoglykemie

Hypoglykemie is een laag suikergehalte van het bloed. Dit verschijnsel is eigenlijk alleen van belang bij baby’s en bij mensen met suikerziekte. Bij een laag bloedsuikergehalte kunnen allerlei psychische veranderingen optreden en verschijnselen die op epilepsie lijken. Een enkele maal kan hypoglykemie zelf tot een epileptische aanval leiden.

Migraine

Migraine geeft hoofdpijnaanvallen die soms beginnen met het zien van lichtende puntjes in één helft van het gezichtsveld. Deze kunnen zich langzaam uitbreiden, gevolgd door tijdelijke uitval van het gezichtsvermogen. Bij een bepaald type epilepsie (vanuit de achterhoofdskwab) kunnen dezelfde verschijnselen optreden. Bij migraine is het verloop veel trager (minuten) en worden geen kleuren gezien, zoals bij epilepsie vaak wel het geval is. Uit een migraineaanval kan in zeldzame gevallen een epileptische aanval ontstaan.

Narcolepsie

Narcolepsie is een slaapstoornis. Mensen met narcolepsie vallen overdag plotseling in slaap zonder dat zij dat voelen aankomen. Zij kunnen daardoor vallen. Mensen met narcolepsie kunnen altijd gewekt worden. Narcolepsie houdt geen verband met epilepsie en heeft er niets mee te maken.

PNEA (Psychogene Niet-Epileptische Aanvallen)

PNEA werden vroeger ook wel pseudo- (PPEA), spannings- of functionele aanvallen genoemd. Tegenwoordig is de officiële naam PNEA (Psychogene Niet-Epileptische Aanvallen). Deze aanvallen lijken op epileptische aanvallen, maar hebben geen epileptische oorzaak. Ze komen voort uit psychische factoren (psychogeen). De oorzaak van PNEA is psychische problematiek, bijvoorbeeld stress en andere emotioneel opgebouwde spanning. Het gaat meestal om onbewuste emoties; mensen met PNEA kunnen daar niks aan doen. PNEA komen zowel bij kinderen als bij volwassenen voor. Deze aanvallen kunnen ook voorkomen in combinatie met epileptische aanvallen.

Hoe zien PNEA eruit?
PNEA kunnen er heel verschillend uitzien. Soms lijken de aanvallen op tonisch-clonische aanvallen en zijn er heftige emotionele uitingen en bewegingsonrust. De persoon kan geluiden en wilde (meestal niet-symmetrische schokkende) bewegingen maken. De aanval kan heel lang duren: soms wel een uur of nog langer. PNEA kunnen zich ook manifesteren als aanvallen met alleen bewustzijnsdaling, waarbij iemand langzaam onderuit zakt en stil blijft liggen. Tot slot zijn er aanvallen waarbij de persoon voor zich uit staart of verward reageert maar verder geen motorische onrust vertoont.

Hoe wordt de diagnose gesteld?
Of een aanval epileptisch is of niet, kan een neuroloog vaststellen aan de hand van de verschijnselen tijdens de aanval, in combinatie met het EEG. Hiervoor worden vaak videobeelden in combinatie met een EEG (video-EEG-monitoring) gebruikt. Als er tijdens de aanval op het EEG geen voor epilepsie kenmerkende afwijkingen worden gevonden, dan is het bijna zeker geen epilepsie, en is er mogelijk sprake van PNEA. Het is echter niet altijd mogelijk een aanval te registreren met een EEG, dus de verschijnselen tijdens de aanval zijn heel belangrijk. Op grond van dit aanvalsbeeld en op basis van kennis en ervaring kan de neuroloog een waarschijnlijkheidsdiagnose stellen. Een psycholoog kan daarna samen met de persoon kijken of er sprake is van psychische spanningen die de aanvallen kunnen verklaren. Ongeveer 25% van de mensen die een epilepsiecentrum bezoekt, heeft PNEA, al dan niet in combinatie met epilepsie.

Hoe worden PNEA behandeld?
Het is heel belangrijk dat PNEA worden onderkend. De behandeling is namelijk anders. Epileptische aanvallen worden meestal behandeld met medicatie, maar dit heeft bij PNEA geen zin. De behandeling bij PNEA bestaat uit gesprekken en therapie. Eerst wordt gezocht naar de samenhang tussen de aanvallen en de onderliggende psychische problematiek. Door inzicht in de factoren die de PNEA veroorzaken en/of in stand houden, kan iemand meestal leren meer controle te krijgen over de aanvallen. Een belangrijke therapie bij mensen met PNEA is psychomotorische therapie. Iemand leert om de aanvallen aan te voelen komen met behulp van ademhalings- en ontspanningsoefeningen, waardoor hij of zij deze beter onder controle kan krijgen.

Geen aanstellerij
Veel mensen die de diagnose PNEA krijgen, hebben lange tijd gedacht dat ze epilepsie hadden. Zij moeten het beeld van hun aandoening bijstellen. Ze blijken geen epilepsie te hebben en de aanvallen zijn niet te behandelen met medicijnen. Dat kan schokkend zijn. Veel mensen met PNEA kampen met gevoelens van schaamte. Als de buitenwereld hoort dat de aanvallen een psychische oorzaak hebben, wordt nog weleens gedacht dat het een vorm van aanstellerij is. Dit is absoluut een misverstand. PNEA zijn wel degelijk aanvallen, maar ze hebben een andere oorzaak dan epileptische aanvallen en vragen daarom een andere behandeling.

Meer informatie
Bij Stichting Epilepsie Instellingen Nederland (SEIN) en Academisch Centrum voor Epileptologie Kempenhaeghe MUMC+ (ACE Kempenhaeghe) werken experts op het gebied van PNEA.

Spierschokken

Onwillekeurige, schokkerige bewegingen, vooral tijdens de slaap, komen veel voor bij pasgeborenen en baby’s, maar ook volwassenen kunnen tijdens het inslapen heftige spierschokken hebben. Ook als ze wakker zijn, hebben veel kinderen onwillekeurige spierschokken en soms hebben ze complexe tics. Tijdens zo’n schok of tic reageert het kind wel normaal. Nachtmerries die gepaard gaan met schreeuwen en lichamelijke onrust komen vaak voor bij kinderen en hebben niets met epilepsie te maken.

TIA's

Transient Ischemic Attacks (TIA's) kunnen verschijnselen geven die aan epilepsie doen denken. Een TIA is een tijdelijke doorbloedingsstoornis van de hersenen en wordt ook wel een lichte beroerte genoemd. Het bewustzijn blijft behouden. Meestal gaat het om uitvalsverschijnselen, zoals verlammingen, spraakstoornissen of stoornissen van het zien. Na korte of langere tijd herstellen de uitvalsverschijnselen zich spontaan.