Gegeneraliseerde aanvallen

Bij gegeneraliseerde aanvallen doet de tijdelijke verstoring van de elektrische prikkeloverdracht zich in de hele hersenen voor: in beide hersenhelften, links en rechts. Bij gegeneraliseerde aanvallen is er altijd een stoornis van het bewustzijn. Mensen reageren niet tijdens een dergelijke aanval, en kunnen zich vaak niets van de aanval herinneren. Soms, zoals bij myoclonische aanvallen, is de aanval zo snel voorbij dat het verlies van bewustzijn niet merkbaar is.

Soorten gegeneraliseerde aanvallen

Absences

Absences

Absences werden vroeger ook wel 'petit mal' genoemd. Deze aanvallen komen het meest voor op jonge leeftijd, vanaf 6 jaar, en komen bijna tweemaal vaker voor bij meisjes.

Tijdens een absence staart het kind 3 tot 30 seconden voor zich uit, en hervat de bezigheden daarna weer alsof er niets is gebeurd. Soms zijn er subtiele bewegingen of schokjes. Er zijn geen of minimale motorische verschijnselen. Het kind valt niet en er gebeuren zelden ongelukken bij de aanval, omdat de spierspanning niet verandert en de balans niet verstoord raakt. Wel missen kinderen vaak stukjes informatie, bijvoorbeeld op school.

Vaak vallen absences alleen op als ze heel vaak optreden, soms wel tientallen keren per dag, en het kind daardoor een afwezige, dromerige indruk maakt. De absences kunnen dan grote gevolgen hebben, omdat het kind op school tijdens deze afwezigheden steeds informatie mist.

Onderstaand filmpje is afkomstig van de dvd Epilepsie in beeld.

Atypische absences

Een enkele maal komen bij absences nog andere verschijnselen voor, zoals automatismen (dwangmatige bewegingen), spiertrekkingen of spierkrampen. Dit worden atypische absences genoemd. Hierbij zijn het begin en einde niet zo abrupt. Atypische absences vormen een overgangsgebied tussen absences en andere aanvallen waarbij het bewustzijn is verlaagd. Ze kunnen zowel bij de partiële als bij de gegeneraliseerde epilepsie horen. Meestal is een EEG nodig om duidelijk te maken om wat voor soort epilepsie het gaat. De reactie op medicijnen is minder goed. Vaak is er een hersenbeschadiging.

Tonisch-clonische (of grote) aanvallen

De tonisch-clonische aanval is de meest bekende aanval, maar niet de meest voorkomende. Deze aanval wordt ook wel toeval, insult of grote aanval genoemd. Vroeger sprak men ook wel over 'grand mal'. Tonisch-clonisch betekent verkrampt en schokkend. De naam geeft aan wat tijdens een aanval gebeurt. Veel tonisch-clonische aanvallen beginnen als een partiële aanval die overgaat in een gegeneraliseerde aanval. Deze vorm van epilepsie valt dan onder de partiële vormen. Als er geen partieel begin is, vallen de aanvallen onder de gegeneraliseerde vormen. Bekijk in het filmpje onderaan deze pagina het begin van een tonisch-clonische aanval.

Soms merken mensen al een paar dagen van tevoren dat er een aanval in aantocht is: zij voelen zich niet zo lekker, zijn prikkelbaar of hebben bijvoorbeeld hoofdpijn. Soms valt het de familie eerder op dan de persoon zelf dat er een aanval aankomt.

Aura
Soms is er voorafgaand aan de aanval een aura. Dit is een aanval die in een deel van de hersenen begint. De persoon kan bepaalde verschijnselen ervaren zoals een opstijgend gevoel vanuit de maag, een bepaalde geur ruiken, kleuren zien. De verschijnselen zijn afhankelijk van de plaats in de hersenen waar de aanval begint. Een tonisch-clonische aanval kan ook zonder aura beginnen.

Tonische fase
De tonisch-clonische aanval begint met een tonische fase. Deze eerste fase van de aanval duurt ongeveer een halve minuut. Door een massale ontlading van de hersencellen worden alle spieren in het lichaam aangespannen waardoor het hele lichaam verstijft. Door samentrekking van de borstspieren wordt de lucht uit de longen naar buiten geperst; dit kan een soort schreeuw veroorzaken. De schreeuw is dus geen uiting van schrik of pijn, want op dat moment is de persoon al bewusteloos en voelt dus niets. Tijdens de verkramping van de borstkas en omdat tegelijkertijd veel energie verbruikt wordt door de massale spieraanspanning, is de ademhaling verstoord en kunnen mensen blauw aanlopen. Omdat slikken tijdelijk niet mogelijk is, hoopt speeksel zich op in de keel. Door het plotseling aanspannen van de kaakspieren kan de tong of wang beklemd raken tussen de tanden. Deze 'tongbeet' veroorzaakt een verwonding aan de tong of wang, waardoor bloed uit de mond kan lopen. De hartslag is in het begin soms even wat onregelmatig, daarna sneller dan normaal.

Clonische fase
De tweede fase duurt meestal een halve tot anderhalve minuut. De ontladingen in de hersenen roepen een verdedigingsmechanisme op, waardoor het lichaam gedurende korte tijd verslapt, gevolgd door het opnieuw spannen van de spieren. Dit afwisselend verslappen en aanspannen veroorzaakt schokken in armen, benen en gezicht. In de clonische fase (schokfase) komt de ademhaling weer hortend op gang. Het opgehoopte speeksel (soms vermengd met wat bloed) wordt als schuim naar buiten geblazen.

Verslappingsfase
Deze derde fase varieert in duur van één tot enkele minuten, soms ook wat langer. Geleidelijk nemen de schokken af en nemen de perioden van verslapping toe totdat het hele lichaam ontspannen is. De huid is vaak bleek en de ademhaling is diep en rochelend. Soms is er sprake van urineverlies of overgeven. Het einde van de aanval kan gepaard gaan met een diepe zucht.

Na de aanval: herstelfase
Wanneer de schokken ophouden, is de aanval voorbij maar blijft de persoon nog even buiten bewustzijn door de uitputting van de hersenen. Wanneer mensen bijkomen, zijn ze meestal verward en weten ze niet wat er gebeurd is of waar ze zijn. Daarbij hebben ze vaak hoofdpijn. De meeste mensen willen na een aanval slapen. Soms gaat de toestand van bewusteloosheid direct over in slaap. In de periode daarna kunnen mensen last hebben van spierpijn. De duur van de herstelfase kan dus op verschillende manieren verlopen: sommige mensen kunnen na 5 minuten weer gewoon functioneren, andere hebben een hele dag of langer nodig om te herstellen.

De aanvallen kunnen zowel overdag als ´s nachts in de slaap optreden. De frequentie kan erg wisselen: sommigen hebben wekelijks een grote aanval, bij anderen treden ze heel zelden op.

Status epilepticus
Als een tonisch-clonische aanval langer duurt dan 5 minuten en niet vanzelf stopt, of wanneer de trekkingen direct na de aanval weer opnieuw beginnen voordat het bewustzijn is teruggekeerd, dreigt een status epilepticus. Om te voorkomen dat iemand in een status epilepticus komt, wordt meestal afgesproken dat de persoon waarbij de aanval na 5 minuten niet over is, medicatie toegediend krijgt die de aanval kan stoppen.

Tijdelijke verlamming: Toddse parese
Bij sommige mensen treedt na een epileptische aanval een tijdelijke verlamming op aan één kant van het lichaam. Deze verlamming (Toddse parese) gaat na een paar dagen vanzelf weer over en wordt veroorzaakt door uitputting van hersencellen die bij de aanval betrokken waren.

Onderstaand filmpje is afkomstig van de dvd Epilepsie in beeld.

Myoclonieën

Bij myoclonische aanvallen trekken spieren in armen en/of benen zich vrij plotseling samen waardoor schokjes optreden. Soms gaat het om één schokje, soms om een hele serie. Een enkele keer doet het hele lichaam mee. De schokjes duren zo kort dat het bewustzijn niet of niet waarneembaar wordt verstoord. Als de spierschokjes hevig zijn, kan iemand vallen. Een myoclonische aanval duurt kort en mensen herstellen zich snel na een aanval. Bekijk in het filmpje onderaan deze paragraaf een voorbeeld van een myoclonie.

Er zijn verschillende vormen van myoclonieën, zoals de myoclonieën die voorkomen bij Juveniele myoclonische epilepsie (JME), ook wel het Syndroom van Janz genoemd. Hierbij treden de aanvallen in de ochtend op; deze zijn verder onschuldig. Naast JME zijn er nog andere vormen van myoclonische epilepsie, namelijk myoclonische absences en progressieve myoclonische epilepsieën.

Onderstaand filmpje is afkomstig van de dvd Epilepsie in beeld.

Myoclonische absences

Myoclonische absences komen voor bij kinderen tussen de 2 en 12 jaar. Er treden massale spierschokken op in het gezicht (voornamelijk rond de mond), in de armen en benen, en vooral de schouders schokken. Ondanks de naam horen myoclonische absences meer tot de myoclonieën dan tot de absences. Het bewustzijn is minder verstoord dan bij gewone absences. Door de schokken kan het kind vallen. Bij 40% treedt hierbij ook verstandelijke achteruitgang op. De aanvallen zijn moeilijk te behandelen met medicijnen. Soms is er een overgang naar het Syndroom van Lennox-Gastaut.

Tonische aanvallen

Bij een tonische aanval raakt iemand buiten bewustzijn en verstijft, vaak in een verwrongen houding. Als mensen staan, vallen ze vaak voorover. Er zijn geen spierschokken en het herstel is snel. Een tonische aanval lijkt op de krampfase van een tonisch-clonische aanval.

Clonische aanvallen

Zuiver clonische aanvallen zijn zeldzaam. Er treden bij clonische aanvallen alleen schokken op. De aanvallen komen vaak in series. Mensen verliezen het bewustzijn tijdens de aanval, maar herstellen zich snel na afloop. Deze aanvallen lijken op tonisch-clonische aanvallen zonder krampfase.

Atonische aanvallen

Bij een atonische aanval verslappen de spieren. De aanval begint plotseling. Zonder waarschuwing vooraf zakt iemand in elkaar en kan daarbij hard vallen. Om verwondingen te voorkomen, dragen mensen met dergelijke aanvallen vaak een valhelm. De bewusteloosheid duurt maar een paar seconden. Na het vallen staat iemand direct weer op.

Gegeneraliseerde vormen (niet-gelokaliseerd)

Naast gegeneraliseerde aanvallen bestaan er ook gegeneraliseerde vormen van epilepsie. Bij gegeneraliseerde vormen van epilepsie laat het EEG duidelijk zien dat de aanval in beide hersenhelften plaatsvindt.

Geen (aanwijsbare) hersenafwijkingen

Idiopathisch gegeneraliseerde epilepsie komt het meest voor. Dit betekent dat er geen herkenbare oorzaak is: er zijn geen hersenafwijkingen aan te wijzen die de epilepsie verklaren.

Erfelijkheid kan een rol spelen. Zo zijn er gegeneraliseerde vormen van epilepsie waarbij erfelijkheid de drempel voor het krijgen een aanval verlaagt. De kans op een aanval is dan vergroot. Deze vormen komen meestal tot uiting tussen het derde en dertigste jaar. De aanvalssoorten die bij deze vormen van gegeneraliseerde epilepsie het meest voorkomen zijn absences, myoclonieën en tonisch-clonische aanvallen (grote aanvallen of insulten). De aanvallen zijn over het algemeen goed te onderdrukken met medicijnen. Bij deze vormen van epilepsie is er naast de epilepsie over het algemeen geen andere problematiek. De ontwikkeling, intelligentie en het leervermogen zijn normaal.
Lees meer over epilepsie en erfelijkheid

Wel (of vermoedelijk) hersenafwijkingen

De zeldzame vormen van gegeneraliseerde epilepsieën waarbij wel (of vermoedelijk) hersenafwijkingen zijn aan te wijzen, zijn in het algemeen een gevolg van een hersenbeschadiging van de hele hersenen. Deze kan zijn ontstaan door een hersenontsteking, ernstig zuurstofgebrek rond de geboorte of een erfelijke ziekte. Vaak blijkt de hersenbeschadiging ook uit een verminderde intelligentie en motorische stoornissen. Vaak komen bij één persoon verschillende aanvalssoorten voor. Bij deze vormen ziet men vaker atonische aanvallen, tonische aanvallen, atypische absences en myoclonieën. Verder komen dezelfde aanvallen voor als bij de gegeneraliseerde epilepsie, waarbij geen hersenafwijking is aan te wijzen.