Lichtflitsgevoeligheid

Bij sommige mensen worden aanvallen uitgelokt door prikkels zoals lichtflitsen, zonlicht, streeppatronen of kleurwisselingen. Dit is een vorm van reflexepilepsie. Dat wil zeggen dat de aanval, als een reflex, onmiddellijk na de prikkeling optreedt. Lichtflitsgevoelige epilepsie wordt ook wel visueel gevoelige epilepsie of fotosensitieve epilepsie genoemd.

Aanvallen bij lichtflitsgevoeligheid

De aanvallen treden op door bepaalde prikkels. Deze kunnen bij iedereen verschillend zijn. De ene persoon heeft bijvoorbeeld last van een stroboscooplamp in de discotheek, de ander van de lichtflitsen op de kermis of van bepaalde computerspelletjes. Weer een ander heeft last van de laagstaande zon die door de bomen schijnt.

Bij lichtflitsgevoelige aanvallen treden er schokken in de armen, de benen of het lichaam op. Soms is iemand even afwezig. Deze aanvallen kunnen overgaan in een tonisch-clonische (grote) aanval. Daarnaast komen soms aanvallen voor waarbij er vreemde sterretjes of gekleurde ballen worden gezien; hierbij treedt ook vaak misselijkheid en hoofdpijn op.

Bij wie komt lichtflitsgevoeligheid voor?

Slechts 5% van de mensen met epilepsie heeft last van lichtflitsgevoeligheid. Het komt het meest voor bij kinderen en jongvolwassenen. Meestal begint deze vorm van epilepsie rond het 10e jaar, is het hevigst rond de puberteit en kan in sommige gevallen tot op volwassen leeftijd blijven bestaan. Het komt meer voor bij meisjes dan bij jongens. De meeste mensen met epilepsie die niet lichtflitsgevoelig zijn, krijgen geen aanvallen van visuele prikkels maar kunnen deze prikkels wel als onprettig ervaren. Ook mensen die geen epilepsie hebben, ervaren deze visuele prikkels vaak als onprettig.

Lichtflitsgevoelig voor bepaalde frequenties

De gevoeligheid is afhankelijk van de frequentie van de lichtflitsen. Deze wordt uitgedrukt in Hertz of Hz, een bepaalde hoeveelheid lichtflitsen per seconde. De meeste mensen met lichtflitsgevoeligheid zijn lichtflitsgevoelig bij een frequentie van 10 tot 30 Hz. Contrasten in kleur spelen ook een rol, zoals bijvoorbeeld bij streepjesbehang.

Verhoogde flitsgevoeligheid voor lichtprikkels komt voor bij bepaalde typen epilepsie, zoals bij absences op de kinderleeftijd, juveniele myoclonische epilepsie, juveniele absence epilepsie en bij kinderen die tonisch-clonische aanvallen hebben tijdens het ontwaken. Soms kunnen kinderen hun gevoeligheid gebruiken om zelf aanvallen op te wekken door met hun handen met gespreide vingers voor hun ogen te bewegen, met de ogen snel te knipperen of naar een tv of streeppatroon te kijken. Deze kinderen zijn als het ware in trance.

Behandeling en vooruitzichten

Een EEG-onderzoek kan aantonen hoe gevoelig iemand is voor lichtflitsen en bij welke frequentie. Over het algemeen is lichtflitsgevoelige epilepsie goed te behandelen. Leefregels om de uitlokkende prikkels te vermijden zijn meestal voldoende. Als er aanvallen blijven optreden, helpt medicatie over het algemeen goed.

Leefregels om aanvallen te vermijden

  • Uit een recent onderzoek blijkt dat sommige mensen er baat bij hebben één oog afgedekt te houden in een situatie waarin lichtflitsen tot een aanval zouden kunnen leiden.
  • Houd bij het televisiekijken minstens 2 meter afstand.
  • Een LED-, LCD-, of plasmatelevisie is het meest geschikt. Deze hebben een frequentie van minimaal 100 Hz. Oudere televisies hebben vaak een lagere frequentie en kunnen problemen geven.
  • Kijk televisie in een goed verlichte ruimte. Een lamp op de televisie kan helpen.
  • Computerbeeldschermen met een beeldfrequentie van tenminste 70 Hz of een LCD- of TFT-scherm geven over het algemeen nauwelijks problemen.
  • Neem bij het werken op de computer regelmatig pauze, bijvoorbeeld 10 minuten pauze na een uur computerwerk. Welke tijd het meest geschikt is, wisselt per persoon.
  • Verminder de helderheid van de televisie en het computerscherm zo veel mogelijk.
  • Stroboscooplampen die gebruikt worden in discotheken of bij feestjes kunnen problemen geven. Als de frequentie van de lampen echter lager is dan 5 Herz dan is er over het algemeen weinig risico op het krijgen van een aanval. Bij een plotseling flikkerend licht kunt u één oog afdekken en wegkijken van de lichtbron.
  • Als fel zonlicht aanvallen veroorzaakt, kan een donkere zonnebril en/of zonneklep helpen.
  • Vermijd waar mogelijk contrastrijke (streep)patronen zoals streepjesbehang, roltrappen en luxaflex.