Verstandelijk beperkten

In Nederland heeft ongeveer 1 op de 150 mensen een vorm van epilepsie. Dat is minder dan 1% van de bevolking. Bij mensen met een verstandelijke beperking is dat percentage veel hoger, namelijk 30%. Dat betekent dat gemiddeld ongeveer 1 op de 3 mensen met een verstandelijke beperking ook epilepsie heeft.

Stoornis in de hersenen vergroot kans op epilepsie

Een verstandelijke beperking wordt vaak veroorzaakt door een stoornis in de hersenen. Deze hersenstoornis vergroot de kans op epilepsie. Daardoor komt epilepsie meer voor bij mensen met een verstandelijke beperking. Hoe ernstiger de verstandelijke beperking, hoe vaker epilepsie voorkomt. Toch hebben niet alle mensen met een verstandelijke beperking epileptische aanvallen. Blijkbaar veroorzaken niet alle hersenstoornissen epilepsie. Sommige kinderen krijgen in hun eerste jaar ernstige epileptische aanvallen. De ontwikkeling kan dan achteruitgaan. In dat geval kunnen de epileptische aanvallen de oorzaak zijn van de verstandelijke beperking.

Herkennen van aanvallen

Bij mensen met een verstandelijke beperking komen focale aanvallen met verminderde gewaarwording (voorheen complex partële aanvallen genoemd) en tonisch-clonische aanvallen het meest voor. Bij focale aanvallen met verminderde gewaarwording is niet altijd duidelijk dat het om epilepsie gaat. De verschijnselen lijken soms veel op het gedrag dat deze mensen hebben. Vooral bij mensen met een ernstige verstandelijke beperking zijn de aanvallen vaak moeilijk te herkennen.

Behandeling en bijwerkingen

De aanvallen van mensen met een verstandelijke beperking zijn vaak moeilijker onder controle te krijgen. Vaak moeten er meerdere anti-epileptica worden gebruikt. Hoe ernstiger de hersenbeschadiging, hoe moeilijker het is om de aanvallen te onderdrukken. Bij deze mensen is het bovendien lastiger te achterhalen wat de bijwerkingen zijn. Ze kunnen vaak niet aangeven wat er aan de hand is en dat ze zich niet lekker voelen. Soms uit zich dit in prikkelbaar of onrustig gedrag. Het is belangrijk dat mensen in de omgeving de gedragsveranderingen in de gaten houden. Zij kennen de persoon in kwestie vaak goed. Daardoor kunnen bijwerkingen eerder worden gesignaleerd.

Anti-epileptica en andere medicijnen

Veel mensen met een verstandelijke beperking gebruiken nog andere medicatie zoals medicijnen tegen psychiatrische aandoeningen. Deze kunnen als bijwerking epileptische aanvallen veroorzaken. Bovendien kan de combinatie van deze medicatie en anti-epileptica ongunstig zijn. Door dit effect op elkaars werking kunnen meerdere bijwerkingen ontstaan. Het is hierdoor niet altijd mogelijk de aanvallen te onderdrukken.

Meer informatie

Bekijk onze voorlichtingsmaterialen voor uitgebreide informatie over epilepsie en een verstandelijk beperking.