Kinderen

In Nederland hebben ongeveer 20.000 kinderen epilepsie. Sommige vormen van epilepsie komen alleen op de kinderleeftijd voor en gaan weer over bij het ouder worden. Bij de meeste vormen van epilepsie verloopt de ontwikkeling van het kind goed.

Diagnose epilepsie bij kinderen

Bij het vermoeden van epilepsie worden er in het ziekenhuis allerlei onderzoeken gedaan, zoals een EEG en MRI-scan. Soms wordt er ook een EEG tijdens de slaap gemaakt om te kijken of er tijdens het slapen epileptische activiteit aanwezig is. Het is belangrijk het kind op eenvoudige wijze uit te leggen wat er gedaan wordt tijdens de onderzoeken.

De diagnose is soms lastig te stellen. Het kan helpen een filmpje te maken van een aanval met bijvoorbeeld een mobiele telefoon. De arts kan dan zien hoe de aanval verloopt. Als de diagnose gesteld is, leg die dan zoveel mogelijk uit op het niveau van het kind. Meer informatie over onderzoeken bij het vermoeden van epilepsie leest u onder Diagnose.

Inentingen en koortsstuipen

Bij kinderen met aanleg voor epilepsie, kunnen inentingen soms koortsstuipen of een eerste aanval veroorzaken. Ook alleen koorts kan een aanval uitlokken. Meer informatie hierover leest u in Epilepsie en inentingen bij kinderen en Epilepsie en koortsstuipen bij kinderen.

Behandeling

De meeste kinderen met epilepsie worden behandeld met medicijnen die de aanvallen kunnen stoppen of verminderen. Medicijnen kunnen bijwerkingen hebben. De eerste weken zijn veel kinderen wat slaperig en minder alert door de medicatie. Meestal wordt dit na een paar weken minder. Bij sommige kinderen heeft de medicatie invloed op het gedrag. Het is belangrijk de eventuele bijwerkingen te bespreken met de behandelend arts.

Soms wordt een kind doorverwezen naar een epilepsiecentrum of een universitair ziekenhuis. Dit gebeurt bijvoorbeeld als de aanvallen niet over gaan, er veel bijwerkingen zijn of als het kind zich niet goed ontwikkelt. Op de kinderwebsite www.kempy.nl legt mascotte Kempy uit wat in epilepsiecentrum Kempenhaeghe gebeurt. Zo worden bijvoorbeeld verschillende onderzoeken kort toegelicht en laat Kempy zien hoe een kinderafdeling eruitziet.

Bezorgdheid en risico's

Als een kind voor het eerst een epileptische aanval heeft, is dat vaak een schokkende ervaring voor de ouders. Veel ouders zijn daarna bang voor een volgende aanval. Als ouders weten wat ze moeten doen bij een aanval, kan dat de angst voor een aanval verminderen. Het is daarom belangrijk dat de arts goede uitleg geeft en met de ouders bespreekt hoe zij hun kind kunnen helpen bij een aanval.

Voor het kind zelf is het ook wennen. Ineens moet het vaak naar het ziekenhuis, medicijnen slikken, of het mag niet meer alleen fietsen. Goede uitleg is belangrijk. Vaak is het voor ouders moeilijk in te schatten wat een kind wel of niet mag doen. Soms zijn de risico's en keuzes heel duidelijk: als een kind nog aanvallen heeft, mag het niet alleen gaan zwemmen. Maar andere keuzes zijn lastiger: mag een kind bijvoorbeeld alleen naar buiten, of wel of niet op de glijbaan? Toch is het belangrijk dat ouders niet overbezorgd en angstig reageren en dat kinderen zich zo normaal mogelijk kunnen ontwikkelen. Een arts, een epilepsieverpleegkundige of epilepsieconsulent kan ouders helpen hier beter mee om te gaan.

Meer informatie hierover en ook andere informatie kunt u lezen in het themanummer Epilepsie bij kinderen.

Praten met andere ouders

Sommige ouders vinden het fijn om in contact te komen met andere ouders die een kind met epilepsie hebben. Zij kunnen steun aan elkaar hebben en informatie met elkaar delen. Voor meer informatie kunt u terecht bij de patiëntenvereniging voor mensen met epilepsie: de Epilepsie Vereniging Nederland.

  • Epilepsie op school

    Ook op school kan een kind een aanval krijgen. Geef de leerkracht duidelijke informatie over de epilepsie van uw kind, zodat uw kind de zorg en aandacht krijgt die het nodig heeft.

    Passend onderwijs