Auto, motor, trekker, vrachtwagen, bus

Een epileptische aanval tijdens het rijden kan ernstige gevolgen hebben. Daarom zijn er in de wet regels opgenomen over rijden en epilepsie. Of mensen met epilepsie mogen deelnemen aan het gemotoriseerde verkeer wordt bepaald aan de hand van officiële keuringseisen.

Wettelijke regeling voor motor/auto/trekker en vrachtwagen/bus

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft in de Regeling eisen geschiktheid 2000 de regels vastgelegd voor rijden en epilepsie. Deze staan in paragraaf 7.2. Ze zijn gebaseerd op het type aanval en de kans op herhaling van een aanval binnen een bepaalde tijd.

Groep 1-rijbewijs (rijbewijs A, B en T: auto, motor en landbouw- of bosbouwtrekkers (LBT's) en motorrijtuigen met beperkte snelheid (MMBS'en) op de openbare weg):
Hiervoor geldt dat mensen die één epileptische aanval hebben gehad, een half jaar aanvalsvrij moeten zijn voordat zij (weer) mogen rijden. Onder bepaalde voorwaarden kan dit drie maanden zijn. Leest u hierop de Regeling na. Heeft iemand meerdere epileptische aanvallen gehad dan moet hij één jaar aanvalsvrij zijn voor hij weer mag rijden. Soms gelden er uitzonderingen: deze staan in de Regeling vermeld.

Groep 2-rijbewijs ('groot' rijbewijs C en D: vrachtwagen en bus):
Hiervoor zijn de regels strenger dan voor het kleine rijbewijs. Als iemand één aanval heeft gehad en geen medicijnen tegen epilepsie slikt, moet hij vijf jaar aanvalsvrij zijn voor hij weer mag rijden. Onder bepaalde voorwaarden kan iemand na twee jaar goedgekeurd worden. Als iemand meerdere aanvallen heeft gehad en tien jaar aanvalsvrij is en in die tijd geen medicijnen tegen epilepsie heeft geslikt, mag hij weer rijden. Onder bepaalde voorwaarden kan iemand na vijf jaar aanvalsvrijheid goedgekeurd worden. In de Regeling kunt u nalezen of de uitzonderingen voor u gelden.

Wij adviseren om na één of meerdere epileptische aanvallen met uw neuroloog te bespreken welke aanvalsvrije periode voor u geldt. Gebruik hierbij de wettelijke regeling.

Epilepsie melden bij het CBR?

U bent wettelijk niet verplicht om na de aanvalsvrije periode waarin u niet mag rijden, uw epileptische aanval(len) te melden bij het Centraal Bureau voor Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Maar u kunt in de problemen komen als er onverhoopt een ongeluk gebeurt en u zonder toestemming rijdt. Melden doet u door het insturen van een Eigen verklaring. Dit doet u meteen nadat de wettelijke aanvalsvrije periode is afgelopen. De meldingsprocedure bij het CBR en de Regeling eisen geschiktheid 2000 staan uitgebreid beschreven in onze brochure Epilepsie en rijgeschiktheid. U kunt ook contact opnemen met de Epilepsie Infolijn 0900 821 24 11 (€ 0,10 per minuut).

Code 105

Als u epilepsie hebt en geen andere aandoening die de rijgeschiktheid beïnvloedt, krijgt u na het succesvol volgen van de procedure bij het CBR code 105. Bij code 105 geldt geen onderscheid tussen het rijbewijs voor privégebruik en voor het werk. Met code 105 zijn beroepsmatig personenvervoer, of bijvoorbeeld het geven van rijles, niet toegestaan. De codes 100 en 101 zijn van toepassing als u epilepsie hebt en een andere aandoening die de rijgeschiktheid beïnvloedt. Bijvoorbeeld: hebt u epilepsie, maar ook een ICD (defibrillator) waarvoor code 100 of code 101 geldt? Dan geldt code 100 of 101 en komt u niet in aanmerking voor code 105.

Gemiddeld 4 uur per dag

Sinds 1 januari 2013 is er een nieuw advies voor het aantal uren dat iemand mag rijden. Na de wettelijk vereiste aanvalsvrije periode wordt geadviseerd gedurende twee jaar niet meer te rijden dan maximaal 28 uur per week. Hierbij maakt het niet uit of u deze uren besteedt aan privégebruik of aan beroepsmatig rijden. Deze 28 uur mogen, gedurende de eerste twee jaar, naar eigen inzicht over de week worden verdeeld. Dit komt neer op gemiddeld 4 uur per dag. De verantwoordelijkheid ligt bij de bestuurder zelf.

Rijden en anti-epileptica

Voor de meeste medicijnen tegen epilepsie geldt dat iemand een week lang na eerste inname niet mag autorijden. Dit valt meestal samen met de wettelijke periode waarin iemand niet mag rijden vanwege recente aanvallen. Voor een paar medicijnen geldt een periode van een jaar. Overleg met uw arts of apotheker welke periode voor u geldt of kijk op rijveiligmetmedicijnen.nl.

Als u medicijnen tegen epilepsie gebruikt, mag u geen groot voertuig (bus of vrachtwagen) besturen.

Rijden en afbouwen van of stoppen met anti-epileptica

Voor het afbouwen of wijzigen van of stoppen met medicijnen zijn regels opgenomen in de Regeling eisen geschiktheid 2000. Kijk hiervoor in de regeling in paragraaf 7.2.3. en bespreek dit met uw neuroloog.

Vragen over rijden en epilepsie?

Rijden met epilepsie is een ingewikkeld onderwerp. Als u er vragen over hebt, neem dan contact op met de Epilepsie Infolijn 0900 821 24 11. Onze medewerkers kunnen u wegwijs maken in de regelgeving en meekijken welke teksten op uw situatie van toepassing zouden kunnen zijn.