De rol van verouderingsprocessen bij epilepsie

De rol van verouderingsprocessen bij epilepsie

31 januari 2020 Erwin van Vliet en Jan Gorter, Universiteit van Amsterdam

Het Epilepsiefonds subsidieert jaarlijks veelbelovende wetenschappelijke onderzoeken. In één van de studies die in 2020 start, wordt de rol van verouderingsprocessen bij epilepsie onderzocht en geprobeerd deze terug te draaien. Het doel is om de mechanismes die betrokken zijn bij epilepsie beter te begrijpen en nieuwe manieren te vinden om mensen met epilepsie te behandelen.

Vergrijzing en epilepsie

“Doordat mensen steeds ouder worden, zal het aantal ouderen met epilepsie de aankomende jaren toenemen”, vertelt Dr. Erwin van Vliet. “In dertig procent van de gevallen lukt het niet om met medicatie de aanvallen volledig te onderdrukken, waardoor er een steeds grotere groep ouderen zal komen die last heeft van aanvallen.” Samen met Jan Gorter (Universiteit van Amsterdam) gaat hij op zoek naar een andere behandeling. “Dankzij de donateurs van het Epilepsiefonds kunnen we op zoek naar een nieuwe oplossing.”

Lekkende bloedvaten en ophopende eiwitten

“Soms kunnen bloedvaten op latere leeftijd gaan lekken,” vertelt Van Vliet. “Afname van de transporter LRP1, een eiwit dat zich in de bloedvatwand bevindt, lijkt hierbij een belangrijke rol te spelen. Schadelijke stoffen (zoals amyloïd en ontstekingseiwitten) kunnen zich dan ophopen in de hersenen en rond de bloedvaten, waardoor schade aan de bloedvaten kan ontstaan. De lekkage en ontstekingsreakties die hierbij gepaard gaan, kunnen zorgen voor een hogere prikkelbaarheid in de hersenen waardoor epilepsie kan optreden.”

Meer mensen aanvalsvrij

Van Vliet en Gorter gaan daarom de rol van deze transporter en de gevolgen van ophoping van amyloïd en ontstekingseiwitten bij epilepsie bestuderen. De nieuwe inzichten die bij dit onderzoek verkregen worden, zouden kunnen leiden tot de ontwikkeling van een medicijn met een ander werkingsmechanisme dan de huidige anti-epileptica. Van Vliet en Gorter hopen hiermee dat het percentage mensen dat op dit moment niet aanvalsvrij wordt door medicatie (zo’n dertig procent), omlaag gebracht kan worden.