Epilepsie
Naar www.epilepsiefonds.nl
Print

EEG

Alle epileptische aanvallen hebben gemeen dat tijdens de aanval in de hersenen ontladingen optreden die meestal in het EEG te zien zijn als pieken of piekgolven. Deze zogenoemde epileptiforme ontladingen komen niet alleen voor tijdens een aanval, maar (in lichtere vorm) ook daarbuiten. Net zoals aanvallen niet gedurende de hele dag optreden, komen epileptiforme EEG-ontladingen ook niet de hele dag voor. Toch komen bij mensen met epilepsie ontladingen in het EEG veel vaker voor dan aanvallen. Als het eerste EEG-onderzoek geen epileptiforme ontladingen laat zien, kan het noodzakelijk zijn om een serie EEG´s te maken. Meestal is een serie van drie tot vier EEG´s optimaal. Dat wil zeggen, als vier goed geregistreerde EEG´s geen epileptiforme ontladingen aan het licht hebben gebracht, de kans dat dit bij volgende EEG´s wel het geval zal zijn klein is, maar niet nul. Ook kunnen op indicatie provocatie-EEG´s worden gemaakt.  

 

Hoe werkt een EEG?

Het EEG (Electro-Encephalo-Gram) is een onderzoek waarbij de elektrische activiteiten van de hersenen gemeten wordt. Op de schedelhuid worden elektroden, verzilverde metalen plaatjes, geplakt op vaste plaatsen. Om een goede elektrische verbinding tot stand te brengen, wordt tussen de elektroden en de schedelhuid een zoute pasta gespoten. Dit kan hinderlijk zijn, maar is meestal niet pijnlijk. Via draden zijn de elektroden verbonden met het EEG-toestel, dat de spanningsverschillen tussen de elektroden meet en weergeeft in een lijn op papier, de EEG-curve. Het standaard EEG bestaat uit 16 lijnen, die ieder het spanningsverschil tussen twee punten op de schedelhuid weergeven. Dit spanningsverschil is afkomstig van de hersencellen in de hersenschors.

 

Het normale EEG laat een aantal typische ritmen zien, ieder op zijn eigen plaats op de schedel. Door de 'hypersynchronisatie' (verschijnsel in de hersenen dat alleen bij epilepsie optreedt, en waarbij grote groepen hersencellen zich tegelijkertijd opladen en ontladen) ontstaan grotere spanningsverschillen dan normaal het geval is. Op het EEG ziet men dan scherpe golven, pieken of piekgolfcomplexen, met een heel typisch en goed herkenbaar patroon. Deze EEG-afwijking kan plaatselijk zijn bij partiële (gelokaliseerde) vormen van epilepsie, maar ook algemeen op alle EEG-kanalen tegelijkertijd optreden bij gegeneraliseerde (niet-gelokaliseerde) vormen van epilepsie. Voor de indeling van de aanvallen is dit verschil belangrijk. Wanneer een dergelijk EEG-patroon gevonden wordt bij iemand met bijpassende aanvallen bevestigt dit de diagnose.

 

Voorbeelden van EEG's:

normaal EEG

afwijkend EEG met piekgolven

Standaard-EEG

Een standaard-EEG is een EEG-onderzoek zoals dat standaard wordt uitgevoerd. Het onderzoek vindt plaats terwijl mensen zitten of liggen en duurt ongeveer een half uur. Tijdens een standaard-EEG moeten mensen zuchten en in een flitsende lamp kijken (dit zijn provocatiemethoden om epileptische verschijnselen op te wekken.)

 

Slaap-EEG

Wanneer het standaard-EEG onvoldoende oplevert, kan een EEG gemaakt worden tijdens de slaap (eventueel na een slaappil). Vooral bij mensen die tijdens de slaap aanvallen hebben, kan een dergelijk EEG afwijkingen laten zien die in een waaktoestand niet gevonden worden.

 

EEG na slaaponthouding

Wanneer er bij iemand die van epilepsie verdacht wordt op het standaard-EEG en het (eventueel medicamenteus) geïnduceerde slaap-EEG geen afwijkingen worden gevonden, kan een EEG na slaaponthouding worden gemaakt. Na een nacht wakker blijven, vallen mensen 's morgens tijdens het EEG in diepe slaap. Dit werkt krachtiger dan een slaappil; in een enkel geval kunnen hier zelfs aanvallen door worden uitgelokt. Soms is het daarom beter een dergelijk onderzoek tijdens een (kortdurende) opname in een epilepsiecentrum of ziekenhuis te doen.

 

Langdurige registratie

Soms is het nodig om een EEG tijdens een aanval te maken. In de epilepsiecentra en sommige academische ziekenhuizen beschikt men daartoe over de mogelijkheid om langdurige EEG´s te maken onder videobewaking, zodat aanvallen nauwkeurig kunnen worden onderzocht. Het EEG kan tegelijk met de video-opname worden beoordeeld. Mensen zijn dan met een lange telefoonkabel verbonden met het EEG-toestel, zodat zij kunnen zitten, lopen en ´s nachts slapen.

 

Cassette-EEG

Een cassette-EEG is een vorm van langdurige registratie met een kleine bandrecorder die het EEG-signaal opslaat. Mensen kunnen met dit apparaatje vrij rondlopen. Thuis of in een ziekenhuis. Wanneer zich een aanval voordoet kunnen zij zelf, of iemand anders, op een knopje drukken waardoor naderhand het EEG van dat moment goed is terug te vinden. Deze manier van registreren wordt vooral gebruikt om bijvoorbeeld na te gaan hoe vaak ontladingen voorkomen. Een nadeel van deze methode is dat slechts een gering aantal EEG-kanalen gebruikt kan worden en dat een cassette-EEG nogal storingsgevoelig is.

 

EEG samen met een psychologische test

Aanvallen kunnen soms zo licht zijn, dat ze nauwelijks opgemerkt worden. Als in zo'n geval op het EEG kleine afwijkingen te zien zijn, kan met psychologische tests worden nagegaan of de hersenen inderdaad tijdelijk minder goed werken. Het gaat dan bijvoorbeeld om de concentratie. Bij zo'n test worden bijvoorbeeld bepaalde vragen gesteld. Zie ook onder neuropsychologisch onderzoek.

 

EEG met diepte-elektroden

Als voorbereiding op een operatie moet zeer nauwkeurig onderzocht worden welke plaats in de hersenen precies verantwoordelijk is voor de aanvallen. De neurochirurg breng via een opening in de schedel elektroden tot vlak bij de verdachte plaats. Daarna worden aanvallen geregistreerd op EEG en video.

 

Magneto-EEG (MEG)

Dit is een experimentele techniek die de elektrische activiteit van de hersenen registreert. Zeer gevoelige ontvangers meten de veranderingen van het magnetisch veld rondom de hersenen. Met deze techniek hoopt men ook hersendelen te kunnen onderzoeken die voor het normale EEG niet ged bereikbaar zijn.